Paragraaf Financiering

Algemeen

De paragraaf Financiering in de begroting behandelt de beleidsplannen voor het komende jaar en de paragraaf Financiering in het jaarverslag gaat in op de resultaten van de beleidsuitvoering. De financiering is geregeld in het treasurystatuut dat iedere vier jaar door de raad wordt vastgesteld. Voor het laatst is dit in 2021 geactualiseerd. Dit statuut vormt de basis voor het treasurybeheer.
Voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie is het tijdig, juist en volledig beschikbaar hebben van financiële informatie van wezenlijk belang. Deze informatie wordt gebruikt voor het opstellen van een liquiditeitsplanning. Op basis van deze planning wordt geld aangetrokken of tijdelijk weggezet. 
Een belangrijke factor bij het uitvoeren van de treasuryfunctie is de renteverwachting op de geld- en kapitaalmarkt. Hiervoor wordt gekeken naar informatie van de grote Nederlandse banken waaronder de BNG maar ook het Centraal Planbureau. 
De groei van de wereldeconomie neemt af als gevolg van de oorlog in Oekraïne. De oorlog leidt tot een sterke stijging van energieprijzen en andere grondstoffen. De verwachting is daarom dat de centrale banken hun monetaire beleid verkrappen. Ook wordt het schuldenopkoopprogramma door de Europese Centrale Bank (ECB) gestopt. In juli 2022 heeft de ECB de belangrijkste rentes met een half procentpunt verhoogd. Hiermee komt een einde aan een lange periode van negatieve rente. De ECB wil hiermee de torenhoge inflatie afremmen. Er worden nog meerdere verhogingen verwacht. Ook de lange rentes zijn inmiddels sterk gestegen. Eind 2023 wordt voor 10 jaar een rente voorzien van ongeveer 2,75%, dit hebben we aangehouden in de voorliggende begroting.


De deelfuncties van treasury zijn: kasbeheer, risicobeheer en gemeentefinanciering.

1. Kasbeheer

Het kasbeheer behelst het geldstromenbeheer en het saldo- en liquiditeitenbeheer. Belangrijk is dat we aan de betalingsverplichtingen kunnen blijven voldoen. Met de BNG Bank heeft de gemeente een doorlopende financieringsovereenkomst afgesloten. Daarin is onder meer de kortkredietverlening geregeld. Deze overeenkomst is een belangrijk sturingsinstrument. In verband met een mogelijke wijziging van de basisrente in de toekomst is vanaf 2021 een terugvalbepaling aan deze overeenkomst toegevoegd. Door de negatieve rente moet per 1 juli 2021 bij een positief saldo groter dan € 500.000 bij de BNG Bank een rentevergoeding worden betaald. Deze vergoeding zal naar verwachting op korte termijn verdwijnen omdat de negatieve rente bijna is beëindigd. Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk uitgevoerd bij één bank, de BNG Bank.

2. Risicobeheer

Dit onderdeel geeft inzicht in het risicoprofiel van de organisatie en is het kernonderdeel van de paragraaf Financiering. De belangrijkste risico’s zijn renterisico, koersrisico en kredietrisico, waarbij de wet Fido een aantal indicatoren gedefinieerd heeft waarbinnen overheden moeten opereren. 

Kasgeldlimiet
Het renterisico op kortlopende financiering (looptijd korter dan één jaar) wordt ingeperkt door de kasgeldlimiet. Met name voor kortlopende financiering kan het renterisico groot zijn. Wijzigingen op de korte rente hebben direct invloed op de rentelasten. Alhoewel dit de laatste jaren sterk is afgenomen door de extreem lage rentestanden. De totale omvang van de vlottende schuld is gebonden aan een maximum van 8,5% van de jaarbegroting bij aanvang van het dienstjaar. Dit is de kasgeldlimiet. De aangetrokken vlottende schuld mag deze limiet in principe niet overschrijden. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet toch overschrijdt, dient de toezichthouder op de hoogte te worden gesteld en moet een plan worden ingediend om weer aan de limiet te voldoen.

De verwachting is dat de kasgeldlimiet in 2023 niet wordt overschreden.



bedragen x € 1.000
Berekening Kasgeldlimiet
1 Begrotingstotaal 2023 (inclusief mutaties reserves) € 72.577
2 Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage 8,50%
3 Kasgeldlimiet (1 x 2) € 6.169

Renterisiconorm

De renterisiconorm beoogt het risico van rentewijziging bij herfinanciering van de vaste schuld (looptijd langer dan één jaar) te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in tijd gespreid wordt, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij renteherziening en herfinanciering. De mate van deze spreiding wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld. Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd door middel van herfinanciering en/of renteherziening.

bedragen x € 1.000
Variabelen renterisiconorm 2023
1 Renteherzieningen 0
2 Aflossingen 4.288
3 Renterisico (1+2) 4.288
4 Renterisiconorm 14.515
5a = (4>3) Ruimte onder de renterisiconorm 10.227
Berekening renterisiconorm 2023
4a Begrotingstotaal (exclusief mutaties reserves) 72.577
4b Percentage regeling 20%
4. Renterisiconorm: (4a x 4b/100) 14.515

Uit voorgaand overzicht blijkt dat verwacht wordt, dat het renterisico op de vaste schuld ruim binnen de wettelijk vastgestelde kaders blijft.

In onderstaand renteschema wordt inzicht gegeven in de rentelasten van de externe financiering, het rente-resultaat en de wijze van rentetoerekening.

bedragen x € 1.000
Renteschema
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 517
De externe rentebaten -154
Saldo rentelasten en rentebaten 363
Rente die wordt doorberekend aan de grondexploitatie -6
Rente die wordt toegerekend aan taakvelden via projectfinanciering 0
Rentebaat van doorverstrekte leningen 0
-6
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente omslagrente 0,65% 357
Rente over eigen vermogen 0
Rente over voorzieningen 0
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 357
357
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
0
Renteresultaat op het taakveld treasury

Koersrisicobeheer
De koersrisico’s van de gemeente Aalten zijn nagenoeg nihil. Met de invoering van het schatkistbankieren, mag de gemeente overtollige middelen alleen in de schatkist aanhouden. Hetzij in rekening courant hetzij via deposito’s. Over de middelen die de gemeente in de schatkist aanhoudt, vergoedt de schatkist rente. Deze rente ligt over het algemeen lager dan de rente die de gemeente krijgt op de geld- en kapitaalmarkt. Daar staat tegenover dat ook geen beleggingsrisico meer wordt gelopen.  

Kredietrisicobeheer
Voor wat betreft het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) worden niet of nauwelijks problemen verwacht. Daar waar nodig zijn voorzieningen getroffen. Regelmatig wordt de hoogte van de voorziening beoordeeld en indien nodig aangepast. 

3. Gemeentefinanciering

De financieringspositie van de gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte wordt voor een groot deel bepaald door het verloop van de geplande investeringen en de aflossing op leningen. Er wordt naar gestreefd de benodigde leningen tegen zo gunstig mogelijke condities aan te trekken. Daartoe wordt bij het afsluiten van leningen rekening gehouden met de bestaande liquiditeitsplanning, de rentevisie en de renterisiconorm.
In 2023 wordt op bestaande vaste geldleningen € 4,3 miljoen afgelost. Voor nieuwe investeringen is ongeveer € 2,5 miljoen nodig. In totaal dus een behoefte aan extra geld van bijna € 7 miljoen. De rentetarieven voor zowel lang als kort geld lopen behoorlijk op. Indien mogelijk wordt zo lang mogelijk met (goedkoper) kort geld gefinancierd. Dat wil zeggen via kasgeld en krediet in rekening courant. Toch zal er in de loop van 2023 een vaste geldlening moeten worden aangetrokken. Rekening houdende met de kasgeldlimiet denken we een vaste geldlening nodig te hebben van € 7 miljoen. Dit is in onderstaand overzicht verwerkt.

Ongeveer € 4,8 miljoen van de totaalschuld per 31 december 2023 betreft het aandeel verstrekte hypotheken. Hiervoor wordt een rentevergoeding ontvangen. Per saldo heeft de gemeente circa € 28 miljoen aan vaste schuld.

bedragen x € 1.000
Mutaties leningenportefeuille
Bedrag Gemiddelde rente
Stand per 1 januari 2023 30.068 1,4
Nieuwe leningen (conversie) 0 0
Nieuwe leningen (financieringsbehoefte) 7.000 2,75
Reguliere aflossingen 4.288 0
Vervroegde aflossingen (conversie) 0 0
Stand per 31 december 2023 32.780 1,72

Schatkistbankieren
Alle decentrale overheden zijn verplicht (wet Fido) om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Vanaf 1 juli 2021 is de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal inclusief mutaties op de reserves. Dit deel mag buiten de schatkist worden gehouden. Voor Aalten is de drempel voor 2023 berekend op € 1.451.540. Over de middelen die worden aangehouden in de schatkist wordt normaal gesproken rente vergoed. De schatkist biedt geen leen- of roodstandfaciliteit aan. 
Door de jaren heen maken wij relatief gezien weinig gebruik van de schatkist. Dit is in 2023 naar verwachting niet veel anders. De financieringsbehoefte wordt zo goed mogelijk afgestemd op de te verwachten investeringen en aflossingen.