Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Algemeen

De paragraaf weerstandsvermogen geeft inzicht in:

  • de mate waarin de gemeente belangrijke financiële risico’s loopt;
  • de financiële buffer (weerstandscapaciteit) die zij daarvoor achter de hand heeft.

Voor een beoordeling van het weerstandsvermogen worden in deze paragraaf de bedoelde risico’s geconfronteerd met de aanwezige weerstandscapaciteit.

1. Weerstandscapaciteit

Met weerstandscapaciteit worden al die elementen bedoeld waarmee tegenvallers kunnen worden opgevangen, zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico's te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, moet worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen.
De weerstandscapaciteit wordt onderverdeeld in structurele en incidentele weerstandcapaciteit. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit structurele middelen in de begroting waarmee optredende risico’s kunnen worden opgevangen. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden aangewend.

bedragen x € 1.000
Bepaling van de weerstandscapaciteit
Incidentele weerstandscapaciteit
Rekeningresultaat Het positieve resultaat. 1
Vrij aanwendbare algemene reserve De algemene reserve is de reserve waaraan de raad geen specifieke bestemming heeft gegeven en die een financiële bufferfunctie heeft. Op dit moment is hiervan nog niets bestemd. 10.433
Bestemmingsreserves Deze reserves zijn beklemd. 0
Stille reserves effecten De stille reserve in deze financiële vaste activa wordt niet meegenomen in de berekening, omdat de verhandelbaarheid van deze aandelen (Alliander, Vitens, BNG en ROVA) zeer beperkt is. 0
Stille reserves activa Deze stille reserve bestaat uit de bezittingen waarvan de waarde bij verkoop hoger is dan de boekwaarde. Op basis van ervaring zetten we een derde deel in. 987
Totaal incidentele weerstandscapaciteit 11.421
Structurele weerstandscapaciteit
Onbenutte belastingcapaciteit Hieronder wordt voor de OZB de ruimte opgenomen die er is tussen onze eigen tarieven en de normtarieven voor de zogenaamde artikel 12 gemeenten. De overige belastingen/heffingen zijn kostendekkend of van geringe betekenis. 1.537
Rentebaten algemene reserve vrij besteedbaar Aangezien er geen rente meer toegevoegd wordt aan de reserves is inzet niet mogelijk. 0
Onvoorzien (structureel) 200
Totaal structurele weerstandscapaciteit 1.737
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit 13.158

2. Risico's

Het hebben van risico’s is inherent aan het uitoefenen van een organisatie zoals een gemeente. Het is echter van belang deze risico’s te kennen en hier adequate maatregelen voor te treffen (verzekeren) dan wel risico’s te wegen bij het aangaan ervan of hier tijdig op in te spelen.
Een overzicht van de risico’s wordt steeds geactualiseerd. De 25 belangrijkste risico’s worden beschreven en gekwantificeerd. De tien grootste worden afzonderlijk genoemd.
Bij een zekerheidsniveau van 99% is de aan te houden reserve voor de gemeente Aalten volgens de nieuwe berekening € 6,3 miljoen. Dit houdt in dat, als de gemeente Aalten dit bedrag als reserve op haar balans aanhoudt, zij in 99 van de 100 jaar voldoende reserves heeft om de schades op te vangen, maar in één jaar is er niet genoeg. In de begroting zijn de meest actuele risico’s opgenomen.

Risico Mogelijk gevolg %
Budgettaire tekorten bij partijen waar door de gemeente uitbestede gemeentelijke taken zijn neergelegd. Ook kunnen deelnemende gemeenten individueel besluiten nemen die voor andere gemeenten nadelige gevolgen hebben (bijvoorbeeld uittreding). Politieke druk om financiële steun te bieden 6,10%
Budget Jeugdzorg Overschrijding budget 6,10%
Beleid aanpassen
Budget Wmo Overschrijding budget 6,10%
Beleid aanpassen
Stikstof: Ontwikkelingen Westrand. Plannen Aalbers door RvS van tafel geschoven Nadelige gevolgen voor politiek bestuur. Schadeclaim van het betreffende bedrijf. 6,10%
Uitvoering van raadsbesluit inzake regionale (en lokale) woonagenda en kernenfoto's Demografische ontwikkelingen zorgt voor andere vastgoedvraag. Hierdoor daalt de waarde. 5,50%
Algemene uitkering, bezuiniging Rijk Financieel (bezuinigingen of belasting omhoog) 4,90%
COVID-19: besmettingsgevaar, uitbraak, nieuwe varianten Faillissementen, steunvraag, handhaving, ziekte. Onvoldoende steun van het Rijk 4,90%
Integraal huisvestingsplan voor het onderwijs. Veel scholen in Aalten zijn verouderd en door corona worden strengere eisen ten aanzien van klimaat gesteld. Financieel 4,60%
Virusaanvallen op ICT-gebied/ Hacks/ thuiswerken Dataverlies 4,60%
Uitval /verlies van productie (algemeen)
Hoge werkdruk Taken worden niet voldoende of niet tijdig uitgevoerd. 3,70%
Mogelijke uitval van medewerkers.
Mogelijke kosten voor extra inhuur van medewerkers.
Totaal van de tien grootste risico’s (52,6% van het totale risicoprofiel) 3.300
Totaal overige risico’s (47,4% van het totale risicoprofiel) 3.000
Totaal alle risico’s 6.300

Het terugbrengen van de reserves naar dit niveau is niet wenselijk, aangezien er niet voorzienbare toekomstige ontwikkelingen zijn die mogelijk leiden tot additionele risico’s in de toekomst. Een aanvullende buffer is daarom gewenst. Deze noodzakelijke buffer is op basis van ervaring opgenomen voor een bedrag van het begrotingstotaal. Dit komt neer op een buffer van € 6,5 miljoen.

3. Weerstandsvermogen

Het vermogen van een gemeente om tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit van deze gemeente in gevaar komt. Dit wordt uitgedrukt als de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van onze gemeente voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming.

Ratio weerstandsvermogen 2022 = Beschikbare weerstandscapaciteit
Benodigde weerstandscapaciteit
Weerstandscapaciteit, incidenteel 11.421
Weerstandscapaciteit, structureel 1.737
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit 13.158
Gekwantificeerde risico’s 6.300
Buffer Aalten norm 6.500
Totale benodigde weerstandscapaciteit 12.800
Saldo/overschot 358
Ratio onder andere gehanteerd door provincie 1,03
>2 Uitstekend 1,0 - 1,4 Voldoende 0,6 - 0,8 Onvoldoende Voldoende
1,4 - 2,0 Ruim voldoende 0,8 - 1,0 Matig < 0,6 Ruim Onvoldoende

De uitkomst van de ratio (1,03) is nog net voldoende, maar is ten opzichte van de jaarrekening (1,11) licht gedaald. Het verwachte negatieve rekeningresultaat over 2021 (€ 821.000) leidt tot een lagere beschikbare weerstandscapaciteit. Hierbij moet opgemerkt worden dat deze ratio altijd een momentopname betreft. 

Verplichte kengetallen

Onderstaande kengetallen helpen bij het verkrijgen van inzicht in de financiële positie van een gemeente. Deze kengetallen geven aan hoe we er als gemeente voor staan. De categorieën zijn gebaseerd op de norm van de provincie (groen is voldoende, oranje matig en rood onvoldoende).

Verplichte kengetallen Werkelijk 2020 Raming na wijziging 2021 Begroot 2022 Begroot 2023 Begroot 2024 Begroot 2025
1a. Netto schuldquote (NS) 41,0% 42,5% 45,4% 47,0% 47,7% 51,5%
1b. NS gecorrigeerd voor alle leningen 26,8% 39,2% 41,8% 43,4% 44,2% 48,1%
2. Solvabiliteitsratio 31,1% 28,1% 28,3% 26,1% 23,2% 19,4%
3. Structurele exploitatieruimte 0,1% 3,6% 1,0% -2,5% -3,6% -4,7%
4. Grondexploitatie 2,0% 0,6% 0,6% 0,6% 0,6% 0,6%
5. Belastingcapaciteit 75,4% 73,8% 75,4% 75,4% 75,4% 75,4%

Norm provincie Gelderland

Norm provincie Gelderland Categorie A Categorie B Categorie C
1a. Netto schuldquote (NS) tot 90% tussen 90% tot 135% hoger dan 135%
1b. NS gecorrigeerd voor alle leningen tot 90% tussen 90% tot 135% hoger dan 135%
2. Solvabiliteitsratio hoger dan 50% tussen 20% tot 50% kleiner dan 20%
3. Structurele exploitatieruimte begroting en meer-jaren hoger dan 0% begroting of meerjaren hoger dan 0% begroting en meer-jaren kleiner dan 0%
4. Grondexploitatie tot 20% tussen 20% tot 35% hoger dan 35%
5. Belastingcapaciteit tot 95% tussen 95% tot 105% hoger dan 105%

Toelichting verplichte kengetallen

De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen ten opzichte van het totaal vermogen. Oftewel in hoeverre gemeentelijke bezittingen met eigen middelen betaald zijn. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft weer of de begroting in meerjarig opzicht structureel sluitend is.
De komende jaren neemt ons eigen vermogen af, als gevolg van de voorlopige meerjarige tekorten (zie ook de geprognosticeerde balans). Dit heeft een negatief effect op zowel de solvabiliteitsratio als de structurele exploitatieruimte.
Echter zoals in de inleiding aangegeven, gloort er een fikse compensatie met het nieuwe verdeelstelsel en de compensatie jeugdzorg in het vooruitzicht. Omdat de begroting altijd op de meicirculaire is gebaseerd, blijven beide ‘groot geld’ issues nog buiten de cijfers van deze voorliggende begroting.