Meer
Publicatiedatum: 23-06-2020

Inhoud

Paragraaf Financiering

Algemeen

De paragraaf Financiering in de begroting behandelt de beleidsplannen voor het komende jaar en de paragraaf in het jaarverslag gaat in op de resultaten van de beleidsuitvoering. Basis van het treasurybeheer vormt het Treasurystatuut dat iedere vier jaar door de raad wordt vastgesteld. Voor het laatst is dit in 2017 geactualiseerd.

Voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie is het tijdig, juist en volledig beschikbaar hebben van
financiële informatie van wezenlijk belang. Deze informatie wordt gebruikt voor het opstellen van een liquiditeitsplanning. Op basis van deze planning wordt geld aangetrokken of tijdelijk weggezet. Het streven is uiteraard een sluitende meerjarenbegroting en dat is in voorliggende begroting gelukt.

Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasurybeleid is de renteverwachting op de geld- en kapitaalmarkt. Hiervoor wordt gekeken naar informatie van de grote Nederlandse banken waaronder de BNG en het Centraal Planbureau. De economische groei in de eurozone vertraagt. De prognose voor 10 jaar is nu 0,3% ultimo 2020. De herfinancieringsrente is sterk bepalend voor de korte rente. Deze rente ligt momenteel op 0,00% en zal naar verwachting voorlopig ongewijzigd blijven.

De deelfuncties van treasury zijn: kasbeheer, risicobeheer en gemeentefinanciering.

1. Kasbeheer

Het kasbeheer behelst het geldstromenbeheer en het saldo- en liquiditeiten beheer. Belangrijk is dat aan de betalingsverplichtingen kan worden blijven voldaan. Met de BNG heeft de gemeente vanaf 2019 een nieuwe doorlopende financieringsovereenkomst afgesloten. Daarin is onder meer de kortkredietverlening geregeld. Deze overeenkomst is een belangrijk sturingsinstrument. Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk uitgevoerd bij één bank, de BNG.

2. Risicobeheer

Dit onderdeel geeft inzicht in het risicoprofiel van de organisatie en is het kernonderdeel van de paragraaf Financiering. De belangrijkste risico’s zijn renterisico, koersrisico en kredietrisico, waar de wet Fido een aantal indicatoren gedefinieerd heeft waarbinnen overheden kunnen opereren.

Kasgeldlimiet
Het renterisico op kortlopende financiering (looptijd korter dan één jaar) wordt ingeperkt door de kasgeldlimiet. Met name voor kortlopende financiering kan het renterisico groot zijn. Wijzigingen op de korte rente hebben direct invloed op de rentelasten. Alhoewel dit de laatste jaren sterk is afgenomen door de extreem lage rentestanden. De totale omvang van de vlottende schuld is gebonden aan een maximum van 8,5% van de jaarbegroting bij aanvang van het dienstjaar. Dit is de kasgeldlimiet. De aangetrokken vlottende schuld mag deze limiet in principe niet overschrijden. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet toch overschrijdt dient de toezichthouder op de hoogte te worden gesteld en moet een plan worden ingediend om weer aan de limiet te voldoen.

De verwachting is dat de kasgeldlimiet in 2020 niet wordt overschreden.

Berekening Kasgeldlimiet
1 Begrotingstotaal 2020 (inclusief mutaties reserves) € 61,50 mln.
2 Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage 8,50%
3 Kasgeldlimiet (1 x 2) € 5,20 mln.

Renterisiconorm
De renterisiconorm beoogt het risico van rentewijziging bij herfinanciering van de vaste schuld (looptijd langer dan één jaar) te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in tijd gespreid wordt, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij renteherziening en herfinanciering. De mate van deze spreiding wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld. Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd door middel van herfinanciering en/of renteherziening.

bedragen x € 1.000
Variabelen renterisiconorm 2020
1 Renteherzieningen 0
2 Aflossingen 3.026
3 Renterisico (1+2) 3.026
4 Renterisiconorm 12.309
5a = (4 >3) Ruimte onder de renterisiconorm 9.283
Berekening renterisiconorm 2020
4a Begrotingstotaal (exclusief mutaties reserves) 61.546
4b Percentage regeling 20%
4 Renterisiconorm: (4a x 4b/100) 12.309

Uit voorgaand overzicht blijkt dat verwacht wordt, dat het renterisico op de vaste schuld ruim binnen de wettelijk vastgestelde kaders blijft.

In onderstaand renteschema wordt inzicht gegeven in de rentelasten van de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.

bedragen x € 1.000
Renteschema
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 583
De externe rentebaten -227
Saldo rentelasten en rentebaten 356
Rente die wordt doorberekend aan de grondexploitatie -38
Rente die wordt toegerekend aan taakvelden via projectfinanciering 0
Rentebaat van doorverstrekte leningen 0
-38
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 318
Rente over eigen vermogen 0
Rente over voorzieningen 0
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 318
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 317
Renteresultaat op het taakveld treasury -1

Koersrisicobeheer
De koersrisico’s van de gemeente Aalten zijn nagenoeg nihil. Met de invoering van het schatkistbankieren, mag de gemeente overtollige middelen alleen in de schatkist aanhouden. Hetzij in rekening courant hetzij via deposito’s. Over de middelen die de gemeente in de schatkist aanhoudt, vergoedt de schatkist rente. Deze rente ligt over het algemeen lager dan de rente die de gemeente kan krijgen op de geld- en kapitaalmarkt. Daar staat tegenover dat er ook geen beleggingsrisico meer wordt gelopen.

Kredietrisicobeheer
Voor wat betreft het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) worden niet of nauwelijks problemen verwacht. Daar waar nodig zijn voorzieningen getroffen. Regelmatig wordt de hoogte van de voorziening beoordeeld en indien nodig aangepast.

3. Gemeentefinanciering

De financieringspositie van de gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte wordt voor een groot deel bepaald door het verloop van de geplande investeringen en de aflossingsverplichtingen. Er wordt naar gestreefd de benodigde leningen tegen zo gunstig mogelijke condities aan te trekken. Daartoe wordt bij het afsluiten van leningen rekening gehouden met de bestaande liquiditeitsplanning, de rentevisie en de renterisiconorm.

In 2020 wordt op bestaande vaste geldleningen ruim € 3 miljoen afgelost. Voor nieuwe investeringen inclusief de afloop van voorgenomen investeringen uit voorgaande jaren is ongeveer € 7 miljoen nodig. In totaal dus een behoefte aan € 10 miljoen extra geld. Gelet op de verwachting dat kort geld ook in 2020 nog erg goedkoop is, gaan we zoveel mogelijk via kasgeld en rekening courant financieren. Op basis van deze gegevens gaan we wel vast geld aantrekken. Hoeveel is nog niet helemaal duidelijk. Rekening houdende met de kasgeldlimiet denken we een vaste geldlening nodig te hebben van € 5 miljoen. Dit is in onderstaand overzicht verwerkt.

 Ongeveer € 10 miljoen van de totaalschuld betreft het aandeel verstrekte hypotheken. Hiervoor wordt een rentevergoeding ontvangen. Per saldo heeft de gemeente circa € 15 miljoen aan vaste schuld.

 

 

bedragen x € 1.000
Mutaties leningenportefeuille
Bedrag Gemiddelde rente
Stand per 1 januari 2020 23.503 2,71
Nieuwe leningen (conversie) 0 0
Nieuwe leningen (financieringsbehoefte) 5.000 1,25
Reguliere aflossingen 3.026 0
Vervroegde aflossingen (conversie) 0 0
Stand per 31 december 2020 25.477 2,28

Schatkistbankieren
Alle decentrale overheden zijn verplicht (wet Fido) om hun overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Er is een drempel ingebouwd van 0,75% van het begrotingstotaal exclusief mutaties op de reserves. Dit deel mag buiten de schatkist worden gehouden. Voor Aalten is de drempel voor 2020 berekend op € 461.000. Over de middelen die worden aangehouden in de schatkist wordt normaal gesproken rente vergoed. De schatkist biedt geen leen- of roodstandfaciliteit aan. Door de jaren heen maken wij relatief gezien weinig gebruik van de schatkist. Dit zal in 2020 niet veel anders zijn. De financieringsbehoefte wordt zo goed mogelijk afgestemd op de te verwachten investeringen en aflossingen.