Paragraaf Financiering

Algemeen

De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) geeft de kaders aan waarbinnen decentrale overheden de treasuryactiviteiten moeten uitvoeren. De wet verplicht gemeenten om een treasurystatuut op te stellen waarin de treasuryfunctie verder is uitgewerkt. Het treasurystatuut is in 2017 geactualiseerd en loopt vier jaar door. Centraal in het statuut staat het beheersen van risico’s, maar ook financiering en betalingsverkeer maken hier onderdeel van uit. De treasuryfunctie dient uitsluitend de publieke taak en het beheer is prudent. Het doel is een verantwoord en optimaal resultaat te bereiken tussen kosten en risico.

Interne ontwikkelingen
Om de treasuryfunctie goed te kunnen uitvoeren is het tijdig, juist en volledig beschikbaar hebben van financiële informatie van groot belang. Deze informatie wordt vervat in een liquiditeitsplanning. Naast de geraamde lasten en baten uit de begroting zijn in deze planning onder meer de aflossingen op vaste geldleningen en de voorgenomen investeringen uit de begroting opgenomen. Op basis van deze planning en uiteraard de nieuwe ontwikkelingen in de loop van het boekjaar, wordt geld aangetrokken en/of weggezet. Dit is afgelopen jaar ook weer gebeurd. Er hebben zich in 2020 geen bijzondere interne ontwikkelingen voorgedaan die van invloed zijn geweest op de financieringsfunctie.

Externe ontwikkelingen
Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasurybeleid is het renteverloop. Informatie over de rente wordt verkregen van de grote Nederlandse banken waaronder de BNG en het CPB. De prognose voor 10 jaar werd ingeschat op 0,3% eind 2020. In werkelijkheid lag deze rente eind 2020 een half procent in de min. Oorzaak: relatief lage economische groei (inclusief vergrijzing bevolking) en aanhoudende lage inflatie. De herfinancieringsrente, sterk bepalend voor de korte rente, is door de ECB in maart 2016 verlaagd tot 0% en is sindsdien niet veranderd.

Als gevolg van de wettelijke eisen wordt in de treasuryparagraaf bij het jaarverslag informatie gegeven over de volgende onderwerpen:
1. Kasbeheer       3. Gemeentefinanciering
2. Risicobeheer  4. Schatkistbankieren

1. Kasbeheer

Het kasbeheer behelst het geldstromenbeheer en het saldo- en liquiditeitenbeheer. Met behulp van de liquiditeitsplanning wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is en blijft om aan de
betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. De gemeente heeft daarvoor onder meer een financieringsovereenkomst met de BNG gesloten. Daarin is het krediet- en het depotarrangement evenals het betalingsverkeer geregeld. Deze overeenkomst is per 1 januari 2019 herzien en op onderdelen gewijzigd. De kredietlimiet is vastgesteld op € 3 miljoen en de intra-daglimiet op € 5 miljoen. In 2020 is wederom zoveel mogelijk met kort geld
gefinancierd. Dit gebeurde zowel via de rekening-courant bij de BNG als met kasgeldleningen. In beide gevallen werd door de gemeente in verband met de negatieve rentestand een rentevergoeding ontvangen. Er wordt daarbij voor gewaakt dat de kredietlimiet en de intra-daglimiet bij de BNG niet worden overschreden, omdat daar een forse rentevergoeding (2% en 5%) tegenover staat.

2. Risicobeheer

Hieronder wordt inzicht verstrekt in het risicoprofiel van de gemeente. Het risicobeheer omvat alle activiteiten die zich richten op het beheersen van financiële risico’s waarvan de belangrijkste zijn:
renterisico, koersrisico en kredietrisico.

Renterisico
In de navolgende overzichten zijn de renterisico’s op de korte (A) en lange (B) schuld getoetst aan de wettelijke normen uit hoofde van de Wet Fido en is het renteschema opgenomen (C).
A) De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het begrotingstotaal, zijnde de totale lasten op de begroting, en geeft het bedrag weer dat de gemeente maximaal met kort geld mag financieren. Als deze limiet drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden moeten er maatregelen worden genomen, bijvoorbeeld door het aantrekken van een langlopende lening.

Uit het volgende overzicht blijkt dat de kasgeldlimiet in het eerste en tweede kwartaal is overschreden. Dit komt door aangetrokken kasgeld en een tijdelijke hoge debetstand in rekening courant bij de BNG. In de loop van het jaar heeft zich dit hersteld onder meer door belastingontvangsten en het aantrekken van een vaste geldlening van € 5 miljoen.

bedragen x € 1.000
Kasgeldlimiet 2020 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Omvang begroting per 1-1-2020 61.546 61.546 61.546 61.546
1. Toegestane kasgeldlimiet (8,5%) 5.231 5.231 5.231 5.231
2. Vlottende korte schuld
Maand 1 6.000 10.000 672 908
Maand 2 9.093 10.732 2.383 491
Maand 3 10.316 8.956 1.058 1.322
3. Vlottende middelen
Maand 1 360 2.145 30 42
Maand 2 28 2.051 34 48
Maand 3 154 119 36 42
4. Saldo (2-3)
Maand 1 5.640 7.855 642 866
Maand 2 9.065 8.681 2.349 443
Maand 3 10.162 8.837 1.022 1.280
5. Gemiddelde saldo 8.289 8.458 1.338 863
Ruimte (+) Overschrijding (-) (1-5) -3.058 -3.227 3.893 4.368

B) De renterisiconorm stelt een kader om het risico van renteschommelingen zoveel mogelijk te beheersen. De beheersing bestaat eruit dat de herfinanciering gelijkmatig gespreid moet worden. In enig jaar mag over niet meer dan 20% van de totale leningenportefeuille renteherziening plaats vinden. De renterisico-norm schrijft voor hoeveel er maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan 1 jaar. De in 2020 gerealiseerde renterisiconorm wordt in onderstaande tabel weergegeven, hieruit blijkt dat in 2020 ruimschoots binnen de norm is gebleven.

bedragen x € 1.000
Variabelen renterisico (norm) 2020 Berekening renterisiconorm
1. Renteherzieningen 0 4a. Begrotingstotaal 61.546
2. Aflossingen 3.259 4b. Percentage regeling 20%
3. Renterisico (1+2) 3.259 4. Renterisiconorm (4a*4b) 12.309
4. Renterisiconorm 12.309
5a Ruimte onder de renterisiconorm (4-3) 9.050

C) Renteschema. In onderstaand schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten van de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening.

bedragen x € 1.000
Renteschema 2020
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 537
De externe rentebaten -214
Saldo rentelasten en rentebaten 323
Rente die wordt doorberekend aan de grondexploitatie -56
Rente die wordt toegerekend aan taakvelden via projectfinanciering 0
Rentebaat van doorverstrekte leningen 0
-56
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 267
Rente over eigen vermogen 0
Rente over voorzieningen 0
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 267
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 301
Renteresultaat op het taakveld treasury 34

Koersrisicobeheer
De koersrisico’s van de gemeente Aalten zijn beperkt, omdat na de invoering van het schatkistbankieren overtollige middelen alleen kunnen worden aangehouden in rekening-courant bij de staat, via deposito’s in de schatkist of onderling kunnen worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. Eventuele uitzettingen worden afgestemd op de liquiditeitsplanning en hebben veelal een relatief korte looptijd. Er is in 2020 minimaal geld aangehouden in de schatkist van het Rijk. Er zijn geen deposito’s aangegaan en er is verder geen geld uitgeleend.

Kredietrisicobeheer
Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. De gemeente loopt met betrekking tot de verstrekte geldleningen (waaronder hypotheken) beperkt risico. Er wordt ten aanzien van overige debiteuren een actief beleid gevoerd. Indien nodig wordt een voorziening getroffen. Voor een aantal debiteurengroepen (algemene debiteuren, maar ook belasting- en bijstandsdebiteuren) is dit gebeurd en zijn zodoende de risico’s afgedekt. Ieder jaar met de opmaak van de jaarrekening worden de debiteuren beoordeeld en wordt indien nodig de voorziening bijgesteld. Dit is ook nu weer gebeurd. Het totaal van de voorziening dubieuze debiteuren bedraagt eind 2020 afgerond € 86.000 ten opzichte van € 104.000 eind 2019.

3. Gemeentefinanciering

De financieringspositie van de gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte wordt voor een groot deel bepaald door het verloop van de investeringen en de aflossingsverplichtingen. Bij het afsluiten van leningen wordt rekening gehouden met de bestaande liquiditeitsplanning, de rentevisie, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. In de begroting was rekening gehouden met een financieringsbehoefte van ongeveer € 10 miljoen. Voor een deel zou dit worden gefinancierd met lang geld (± 5 miljoen) en het restant met kort geld. Er is in 2020 inderdaad een vaste geldlening aangetrokken van € 5 miljoen. Verder is veel met kasgeld gefinancierd wat een mooi rentebedrag opleverde.

De investeringen in duurzame goederen betrof ongeveer € 5,6 miljoen. Hieronder volgt een opsomming van de grootste investeringen in 2020:
- Aankoop gronden en gebouwen Sondernweg, € 1.452.000;
- Aankoop gronden en gebouwen Slingeplas, € 1.656.000;
- Aankoop Lage Blik in verband met verplaatsing bibliotheek, € 456.000;
- Aankoop pand Wilhelminastraat ten behoeve van centrumvisie Dinxperlo, € 401.000;
- Reconstructie diverse wegen en riolering waaronder Nieuwstraat en sportpark Zuid, € 921.000;
- Aankoop veegmachine, € 199.000.

In onderstaand overzicht worden de mutaties weergegeven die zich in 2020 hebben voorgedaan in de
leningenportefeuille.

bedragen x € 1.000
Mutaties leningen portefeuille 2020 Bedrag Gemiddelde rente
Stand per 1 januari 2020 24.503 2,25%
Nieuwe leningen (conversie) 0 0
Nieuwe leningen (financieringsbehoefte) 5.000 0,11%
Reguliere aflossingen 3.259 0
Vervroegde aflossingen (conversie) 0 0
Stand per 31 december 2020 26.244 1,80%

4. Schatkistbankieren

Vanaf 15 december 2013 is iedere decentrale overheid verplicht om de overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Met deze wet beoogt de wetgever een bijdrage te leveren aan de vereiste daling van de EMU-schuld voor de Nederlandse overheid door de overtollige liquiditeiten van decentrale overheden zoveel mogelijk te bundelen binnen de overheidssfeer. Er zijn enkele uitzonderingen. De belangrijkste is het drem-pelbedrag. De gemeente mag gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist houden. Voor Aalten is deze drempel voor 2020 berekend op € 462.000 zijnde 0,75% van het be-grotingstotaal. Er is in 2020 beperkt geld aangehouden in de schatkist. Uit de volgende grafiek blijkt dat we het drempelbedrag in 2020 niet hebben overschreden.