Paragraaf Lokale heffingen

Algemeen

De inkomsten van een gemeente komen uit diverse bronnen, waar de gemeentelijke belastingen en heffingen een relatief beperkt onderdeel van zijn. Deze inkomsten bestaan uit belastingen (OZB, hondenbelasting, toeristen- en forensenbelasting) en retributies of rechten (afvalstoffenheffing en rioolheffing). Gemeenten zijn in hoge mate zelfstandig in hun belastingheffing. Daarom vormt de belastingheffing een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. Hieronder volgt een overzicht van de lokale belastingen en heffingen. Een aanduiding van de lokale lastendruk is van belang voor de integrale afweging tussen beleid en inkomsten. Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid maakt het beeld van de lokale lasten compleet.

WOZ-beschikking

De WOZ-waarde van woningen en niet-woningen wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld, waarbij het peiljaar telkens een jaar opschuift. Voor 2020 geldt de waarde op 1 januari 2019. In het jaar 2020 zijn 13.376 WOZ-beschikkingen verstuurd en daar tegen zijn 174 bezwaarschriften ingediend. Dit is circa 1,3% van het totaal. Het gemiddeld aantal bezwaarschriften in de jaren daarvoor bedroeg 87 stuks (0,7%). De toename wordt voor het grootste deel toegeschreven aan het toenemende aantal ‘no cure no pay’ bureaus die actief zijn. Het landelijk gemiddeld aantal bezwaarschriften bedraagt in 2020 2,3% (was 2,0% in 2019).

Tarieven belastingen en heffingen

Vanaf 2020 is de macronorm vervangen door een benchmark. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. Dit geeft meer inzicht in de hoogte van de eigen lokale lasten ten opzichte van andere gemeenten, zodat hiermee bij de te maken keuzes rekening gehouden kan worden.
De generieke opbrengstverhoging OZB 2020 bedraagt in Aalten +3,0%. Behoudens de toeristenbelasting (+20%) zijn de overige tarieven voor leges en belastingen met 1% verhoogd. Voor de belastingen waarvoor 100% kostendekkendheid het uitgangspunt is, is de rioolheffing verhoogd met circa 2%. De afvalstoffenheffing kon dankzij een onttrekking van € 288.000 uit de voorziening ongewijzigd blijven.

Belastingopbrengsten

De primitief geraamde en werkelijke opbrengsten zijn:

bedragen x € 1.000
Belastingsoort Geraamde opbrengst 2020 Werkelijke opbrengst 2020 Werkelijke opbrengst 2019
Onroerende zaakbelasting, eigenaar 4.169 4.156 4.085
Onroerende zaakbelasting, gebruiker 594 588 581
Afvalstoffenheffing 1.142 1.164 1.138
Rioolheffing 1.980 2.000 1.891
Hondenbelasting 176 175 175
Toeristenbelasting 90 90 74
Forensenbelasting 108 109 87
Totaal 8.259 8.282 8.031

Ten tijde van de vaststelling van de tarieven zijn vaak niet alle gegevens voorhanden. Daarom wordt bij de berekening van de tarieven een zo goed mogelijke inschatting gemaakt. Hierdoor kan in de praktijk de werkelijke opbrengst afwijken van de geraamde opbrengst. Deze zijn bij voor- of najaarsnota reeds bijgesteld. Ook bij de analyse van de budgetten is een verklaring van de verschillen tussen de geraamde en de werkelijke opbrengst gegeven.

Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven

De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges dienen zodanig te worden vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. Hieronder hebben we dat inzichtelijk gemaakt. 

bedragen x € 1.000
Primitieve begroting 2020 Jaarrekening 2020
Afvalstoffenheffing Bedrag (in €) Dekking Bedrag (in €) Dekking
Lasten afvalstoffenheffing 1.171 1.156
Overhead (inclusief btw) 347 296
Onttrekking voorziening -376 -288
Totale kosten 1.142 1.164
Opbrengst afvalstoffenheffing 1.142 1.164
Totale opbrengsten 1.142 1.164
Dekking 100% 100%
Rioolheffing Bedrag (in €) Dekking Bedrag (in €) Dekking
Lasten riolering 1.170 1.168
Overhead (inclusief btw) 463 490
Toevoeging voorziening 262 325
Totale kosten 1.895 1.983
Opbrengst rioolheffing 1.895 1.983
Totale opbrengsten 1.895 1.983
Dekking 100% 100%
Lijkbezorgingsrechten Bedrag (in €) Dekking Bedrag (in €) Dekking
Lasten begraafplaats 397 369
Overhead 164 161
Totale kosten 561 530
Opbrengst lijkbezorgingsrechten (inclusief luidrechten) 265 307
Totale opbrengsten 265 307
Dekking 47% 58%
Marktgeld Bedrag (in €) Dekking Bedrag (in €) Dekking
Lasten markt 31 27
Overhead 11 12
Totale kosten 42 39
Opbrengst marktgeld 21 17
Totale opbrengsten 21 17
Dekking 50% 44%

Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven - 2

De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges zijn zo vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. Hieronder staan de werkelijke bedragen ten opzichte van de bedragen uit de primitieve begroting 2020.

bedragen x € 1.000
Primitieve begroting 2020 Jaarrekening 2020
Hoofdstuk Onderwerp Toe te rekenen kosten* Overhead Totale lasten Baten Dekking Toe te rekenen kosten* Overhead Totale lasten Baten Dekking
Titel 1 Algemene dienstverlening
1 Burgerlijke stand 48 17 65 24 37% 44 18 62 16 26%
2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart 191 82 273 79 29% 176 81 257 67 26%
3 Rijbewijzen 112 37 149 142 95% 142 53 195 141 72%
4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen 6 3 9 5 56% 6 3 9 4 44%
5 t/m 17 Diversen 92 12 104 34 33% 71 14 85 18 21%
Subtotaal titel 1 449 151 600 284 47% 439 169 608 246 40%
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
3 Omgevingsvergunning 359 130 489 417 85% 392 135 527 632 120%
7 Bestemmingsplannen 67 28 95 35 37% 72 29 101 99 98%
1,2,4,5,6,8 Diversen 0 0 0 0 0% 0 0 0 0 0%
Subtotaal titel 2 426 158 584 452 77% 464 164 628 731 116%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
2 Organiseren evenementen of markten 22 11 33 13 39% 73 53 126 8 6%
5A Algemene verordening Ondergrondse infrastructuren 109 10 119 38 32% 113 10 123 119 97%
1,3,4,5,6 Diversen 0 0 0 0 0% 0 0 0 0 0%
Subtotaal titel 3 131 21 152 51 34% 186 63 249 127 51%
Eindtotaal 1.006 330 1.336 787 59% 1.089 396 1.485 1.104 74%

De baten op de omgevingsvergunningen zijn op werkelijke basis incidenteel flink hoger dan de kosten. In 2020 zijn een aantal omgevingsvergunningen verleend voor grote bouwplannen met hoge bouwkosten en een hoge bouwleges opbrengt (onder andere 17 woningen Hoge Veld en Saba Dinxperlo). Dit verklaart het positieve verschil tussen de begroting en realisatie 2020.

Woonlasten

Om een indruk te geven van de woonlastendruk in de gemeente Aalten is onderstaand overzicht opgeno-men. In dit overzicht is uitgegaan van een woning met een gemiddelde WOZ-waarde en een één- en meer-persoonshuishouden, waarvoor OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt betaald.
Gemiddeld bedragen deze woonlasten in Gelderland € 785 (landelijk gemiddelde € 740).

bedragen in euro’s
Bruto woonlasten eenpersoonshuis-houden Rang-nummer Bruto woonlasten meerpersoons-huishouden Rang-nummer
Aalten 432 1 573 1
Laagste in Nederland 432 1 573 1
Gemiddeld 705 776
Hoogste in Nederland 1.321 377 1.440 377
(bron COELO-atlas 2020)

De bruto woonlasten (meerpersoonshuishouden) zijn landelijk gestegen met 5,0%. In Aalten zijn deze met 2,7% gestegen. Dit is een ander percentage dan in de Paragraaf lokale heffingen in de begroting 2020 wordt genoemd. Dit komt omdat Coelo (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) in haar rapportage andere berekeningsgrondslagen hanteert. Zo gaat Coelo uit van een standaard hoeveelheid aanbiedingen of ledigingen bij de afvalstoffenheffing, terwijl deze in werkelijkheid in de gemeente Aalten lager is.

Kwijtscheldingsbeleid

De gemeente Aalten hanteert een volledige kwijtschelding en voert daarmee dus een zo ruim mogelijk be-leid. Kwijtschelding kan worden verleend indien men:
• AOW heeft, eventueel aangevuld met een klein pensioen;
• een bijstandsuitkering heeft;
• een inkomen uit werk heeft dat niet hoger is dan een bijstandsuitkering.

Kwijtschelding wordt verleend voor de volgende belastingen en heffingen: onroerende zaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing (vastrecht en een gemaximeerd aantal ledigingen of aanbiedingen), rioolheffing (gemaximeerde hoeveelheid per persoon per huishouden) en hondenbelasting (alleen de eerste hond). In het jaar 2020 is aan 173 belastingplichtigen ambtshalve kwijtschelding toegekend. Daarnaast zijn 162 verzoeken binnengekomen. Daarvan zijn er 84 afgewezen en is de rest geheel of gedeeltelijke toegekend. Het totaal kwijtgescholden bedrag bedraagt € 46.600. In 2019 was dit € 52.300.

Invordering

De invordering van de gemeentelijke belastingen vereist jaarlijks voor een beperkt deel van de belastingplichtigen veel aandacht en zorg. De (dwang)invordering van openstaande aanslagen bestaat uit de volgende stappen: herinnering - aanmaning - dwangbevel - loonvorderingen en/of beslaglegging. Het debiteurensaldo bedroeg op 31 december 2020 € 335.600 (2019 € 284.000) Dit is wel inclusief de op 31 december nog niet vervallen posten ad. € 160.000 (2019 € 133.000). Per saldo is het dus eigenlijk een invorderbaar/
openstaand bedrag van € 175.600 (2019 € 151.000).

De openstaande vorderingen tot en met 2020 worden voor een groot deel bepaald door langlopende trajecten zoals faillissementen en schuldsaneringen in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De WSNP is bedoeld voor degenen die buiten hun schuld (‘te goeder trouw’) in een problematische schuld-situatie terecht zijn gekomen. De regeling duurt in beginsel drie jaar. Indien de rechtbank na verloop van die drie jaar oordeelt dat de schuldenaar zich aan zijn uit de regeling voortvloeiende verplichtingen heeft gehouden, wordt een zogenaamde ‘schone lei’ verstrekt. De schone lei betekent dat de schulden die bestonden op het moment dat de schuldsaneringsregeling is uitgesproken niet langer afdwingbaar zijn. Wordt de schone lei niet gegeven, dan blijven de schulden bestaan. In het jaar 2020 is voor € 3.000 (2019
€ 14.000) aan vorderingen oninbaar verklaard.

Vanwege de coronacrisis heeft het college besloten om aan iedereen uitstel van betaling tot 1 oktober te verlenen. Een beperkt deel van de belastingplichtigen heeft daarvan gebruik gemaakt. Het verdere invorderingstraject is pas daarna opgestart. Dit is één van de redenen dat per 31 december 2020 het invorderbare bedrag wat hoger is dan voorgaande jaren. De andere reden is dat onze deurwaarder medio augustus 2020 failliet is gegaan en er dus al enige tijd geen dwanginvordering zoals beslaglegging meer heeft plaatsgevonden.

Van het openstaande saldo per 31 december 2020 is circa € 40.000 dubieus. Dit was eind 2019 € 28.000. Voor de dubieuze debiteuren is een voorziening getroffen in de balans.