Paragraaf Financiering

Algemeen

Algemeen
De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) geeft de kaders aan waarbinnen decentrale overheden de treasuryactiviteiten moeten uitvoeren. De wet verplicht gemeenten om een treasurystatuut op te stellen waarin de treasuryfunctie verder is uitgewerkt. Het treasurystatuut is in 2021 geactualiseerd en loopt vier jaar door. Centraal in het statuut staat het beheersen van risico’s, maar ook financiering en betalingsverkeer maken hier onderdeel van uit. De treasuryfunctie dient uitsluitend de publieke taak en het beheer is prudent. Het doel is een verantwoord en optimaal resultaat te bereiken tussen kosten en risico. 

Interne ontwikkelingen
Om de treasuryfunctie goed te kunnen uitvoeren is het tijdig, juist en volledig beschikbaar hebben van financiële informatie van groot belang. Deze informatie wordt vervat in een liquiditeitsplanning. Naast de geraamde lasten en baten uit de begroting zijn in deze planning onder meer de aflossingen op vaste geldleningen en de voorgenomen investeringen uit de begroting opgenomen. Op basis van deze planning en uiteraard de nieuwe ontwikkelingen in de loop van het boekjaar, wordt geld aangetrokken en/of weggezet. Dit is afgelopen jaar ook weer gebeurd. Er hebben zich in 2021 geen bijzondere interne ontwikkelingen voorgedaan die van invloed zijn geweest op de financieringsfunctie. 

Externe ontwikkelingen
Een belangrijke factor bij het uitvoeren van het treasurybeleid is het renteverloop. Informatie over de rente wordt verkregen van de grote Nederlandse banken (waaronder de BNG) en het CPB. De prognose voor 10 jaar rente werd ingeschat op -0,3% eind 2021. In werkelijkheid lag deze rente eind 2021 rond de nul procent. De afwijking is minimaal. De herfinancieringsrente, sterk bepalend voor de korte rente, is door de ECB in maart 2016 verlaagd tot 0% en is sindsdien niet veranderd. 

Als gevolg van de wettelijke eisen wordt in de treasuryparagraaf bij het jaarverslag informatie gegeven over de volgende onderwerpen:
1.    Kasbeheer         3.     Gemeentefinanciering
2.    Risicobeheer    4.    Schatkistbankieren

1. Kasbeheer

Het kasbeheer behelst het geldstromenbeheer en het saldo- en liquiditeitenbeheer. Met behulp van de liquiditeitsplanning wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is en blijft om aan de betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. De gemeente heeft daarvoor onder meer een financieringsovereenkomst met de BNG gesloten. Daarin is het krediet- en het depotarrangement evenals het betalingsverkeer geregeld. Deze overeenkomst is per 1 januari 2019 herzien en op onderdelen gewijzigd. De kredietlimiet is vastgesteld op € 3 miljoen en de intradaglimiet op € 5 miljoen. In 2021 is wederom zoveel mogelijk met kort geld gefinancierd. Dit gebeurde zowel via de rekening courant bij de BNG als met kasgeldleningen. In beide gevallen werd door de gemeente in verband met de negatieve rentestand een rentevergoeding ontvangen. Er wordt daarbij voor gewaakt dat de kredietlimiet en de intradaglimiet bij de BNG niet worden overschreden, omdat daar een forse rentevergoeding (2% en 5%) tegenover staat. Dit is niet of nauwelijks gebeurd.

2. Risicobeheer

Hieronder wordt inzicht verstrekt in het risicoprofiel van de gemeente. Het risicobeheer omvat alle activiteiten die zich richten op het beheersen van financiële risico’s waarvan de belangrijkste zijn: 
renterisico, koersrisico en kredietrisico. 

Renterisico
In de navolgende overzichten zijn de renterisico’s op de korte (A) en lange (B) schuld getoetst aan de wettelijke normen uit hoofde van de Wet Fido en is het renteschema opgenomen (C). 
A) De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het begrotingstotaal, zijnde de totale lasten op de begroting, en geeft het bedrag weer dat de gemeente maximaal met kort geld mag financieren. Als deze limiet drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden moeten er maatregelen worden genomen, bijvoorbeeld door het aantrekken van een langlopende lening. 

Uit het overzicht hierna blijkt dat de kasgeldlimiet in het eerste kwartaal is overschreden. Dit komt door aangetrokken kasgeld en een tijdelijke hoge debetstand in rekening courant bij de BNG. In de loop van het jaar heeft zich dit hersteld onder meer door belastingontvangsten en het aantrekken van een vaste geldlening van € 6 miljoen

bedragen x € 1.000
Kasgeldlimiet 2021 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4
Omvang begroting per 1-1-2021 64.699 64.699 64.699 64.699
1. Toegestane kasgeldlimiet (8,5%) 5.499 5.499 5.499 5.499
2. Vlottende korte schuld
Maand 1 3.894 3.015 1.791 987
Maand 2 6.872 3.000 2.820 2.387
Maand 3 8.400 4.412 904 1.581
3. Vlottende middelen
Maand 1 42 64 61 8
Maand 2 46 829 59 15
Maand 3 169 776 10 26
4. Saldo (2-3)
Maand 1 3.852 2.951 1.730 979
Maand 2 6.826 2.171 2.761 2.372
Maand 3 8.231 3.636 894 1.555
5. Gemiddelde saldo 6.303 2.919 1.795 1.635
Ruimte (+) Overschrijding (-) (1-5) -804 2.580 3.704 3.864

 B) De renterisiconorm stelt een kader om het risico van renteschommelingen zoveel mogelijk te beheersen. De beheersing bestaat eruit dat de herfinanciering gelijkmatig gespreid moet worden. In enig jaar mag over niet meer dan 20% van de totale leningenportefeuille renteherziening plaats vinden. De renterisico-norm schrijft voor hoeveel er maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan 1 jaar. De in 2021 gerealiseerde renterisiconorm wordt in onderstaande tabel weergegeven, hieruit blijkt dat in 2021 ruimschoots binnen de norm is gebleven. 

bedragen x € 1.000
Variabelen renterisico (norm) 2021 Berekening renterisiconorm
1. Renteherzieningen 0 4a. Begrotingstotaal 64.699
2. Aflossingen 3.388 4b. Percentage regeling 20%
3. Renterisico (1+2) 3.388 4. Renterisiconorm (4a*4b) 12.940
4. Renterisiconorm 12.940
5a Ruimte onder de renterisiconorm (4-3) 9.552

C) Renteschema. In het volgende schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten van de externe financie-ring, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. 

bedragen x € 1.000
Renteschema 2021
De externe rentelasten over de korte en lange financiering 432
De externe rentebaten -175
Saldo rentelasten en rentebaten 257
Rente die wordt doorberekend aan de grondexploitatie -25
Rente die wordt toegerekend aan taakvelden via projectfinanciering 0
Rentebaat van doorverstrekte leningen 0
-25
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 232
Rente over eigen vermogen 0
Rente over voorzieningen 0
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 232
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 279
Renteresultaat op het taakveld treasury 47

Koersrisico 
De koersrisico’s van de gemeente Aalten zijn beperkt, omdat na de invoering van het schatkistbankieren overtollige middelen alleen kunnen worden aangehouden in rekening courant bij de staat, via deposito’s in de schatkist of onderling kunnen worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. Eventuele uitzettingen worden afgestemd op de liquiditeitsplanning en hebben veelal een relatief korte looptijd. Er is in 2021 minimaal geld aangehouden in de schatkist van het Rijk. Er zijn geen deposito’s aangegaan en er is verder geen geld uitgeleend. 

Kredietrisico
Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. 
De gemeente loopt met betrekking tot de verstrekte geldleningen (waaronder hypotheken) beperkt risico. Er wordt ten aanzien van overige debiteuren een actief beleid gevoerd. Indien nodig wordt een voorziening getroffen. Voor een aantal debiteurengroepen (algemene debiteuren, maar ook belasting- en bijstandsdebiteuren) is dit gebeurd en zijn zodoende de risico’s afgedekt. Ieder jaar met de opmaak van de jaarrekening worden de debiteuren beoordeeld en wordt indien nodig de voorziening bijgesteld. Dit is ook nu weer gebeurd. Het totaal van de voorziening dubieuze debiteuren bedraagt eind 2021 afgerond € 88.000 ten opzichte van € 86.000 eind 2020.

3. Gemeentefinanciering

De financieringspositie van de gemeente en de daarbij behorende financieringsbehoefte wordt voor een groot deel bepaald door het verloop van de investeringen en de aflossingsverplichtingen. Bij het afsluiten van leningen wordt rekening gehouden met de bestaande liquiditeitsplanning, de rentevisie, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. In de begroting was rekening gehouden met een financieringsbehoefte van ongeveer € 8 miljoen. Voor een deel zou dit worden gefinancierd met lang geld (5 miljoen) en het restant met kort geld. Er is in 2021 inderdaad een vaste geldlening aangetrokken maar dan van € 6 miljoen. Iets meer dan gepland. Dit heeft onder meer te maken met het verstrekken van een aandeelhouderslening aan Alliander ter versterking van het eigen vermogen. Verder is veel met kasgeld gefinancierd wat een mooi rentebedrag opleverde. 

De investeringen in duurzame goederen betrof ongeveer € 6,6 miljoen. Hieronder volgt een opsomming van de grootste investeringen in 2021: 
-    Renovatie atletiekbaan AVA’70 € 454.000;
-    Renovatie Lage Blik en Hogestraat ten behoeve van de herplaatsing van de bibliotheek € 1.032.000;
-    Zonnepanelen Aladnahal en Eurohal € 143.000;
-    Uuthuuskes in diverse kernen € 820.000;
-    Reconstructie diverse wegen en riolering waaronder Admiraal de Ruyterstraat/Dijkstraat en Beggelderdijk € 3.998.000.

In onderstaand overzicht worden de mutaties weergegeven die zich in 2021 hebben voorgedaan in de leningenportefeuille.    

Het aandeel van de totale schuld per 31 december 2021 met betrekking tot verstrekte hypotheken bedraagt € 5,8 miljoen.

bedragen x € 1.000
Mutaties leningen portefeuille 2021 Bedrag Gemiddelde rente
Stand per 1 januari 2020 26.244 1,80%
Nieuwe leningen (conversie) 0 0
Nieuwe leningen (financieringsbehoefte) 6.000 0,18%
Reguliere aflossingen 3.388 0
Vervroegde aflossingen (conversie) 0 0
Stand per 31 december 2021 28.856 1,50%

Schatkistbankieren
Vanaf 15 december 2013 is iedere decentrale overheid verplicht om de overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Met deze wet beoogt de wetgever een bijdrage te leveren aan de vereiste daling van de EMU-schuld voor de Nederlandse overheid door de overtollige liquiditeiten van decentrale overheden zoveel mogelijk te bundelen binnen de overheidssfeer. Er zijn enkele uitzonderingen. De belangrijkste is het drempelbedrag. De gemeente mag gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist houden. Voor Aalten is deze drempel voor 2021 in eerste instantie berekend op € 485.000 zijnde 0,75% van het begrotingstotaal. Vanaf 1 juli 2021 is de drempel van rechtswege verhoogd naar 2% ofwel 
€ 1.294.000. Er is in 2021 beperkt geld aangehouden in de schatkist. Uit de volgende grafiek blijkt dat we het drempelbedrag in 2021 niet hebben overschreden.