Toelichting op de balans per 31 december

Activa

Vaste activa

Materiële vaste activa

Onder materiële vaste activa worden de investeringen weergegeven die betrekking hebben op uitgaven waar tegenover een actief staat met een nuttigheidsduur van meerdere jaren. Er wordt een onderscheid gemaakt in:

  • Investeringen met een economisch nut, waaronder gronden, woonruimten en gebouwen uitgegeven in erfpacht, overige investeringen met een economisch nut en warme gronden woningbouw;
  • Investeringen met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven;
  • Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut.

 

Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer. Ook zijn de belangrijkste investeringen weergegeven.

bedragen x € 1.000

 

Gronden waarvan vaststaat dat ze op (korte) termijn als bouwgrond gaan fungeren ten behoeve van woningbouw worden met ingang van deze jaarrekening afzonderlijk vermeld. Voor deze zogenaamde warme gronden is nog geen operationele grondexploitatie opgesteld en vallen daarom onder de materiële vaste activa onderdeel Gronden en terreinen. Zodra de gemeenteraad de grondexploitatie heeft vastgesteld wordt de investering overgeheveld naar de voorraden.

bedragen x € 1.000

 

Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven weer.

bedragen x € 1.000

 

Het volgende overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met maatschappelijk nut weer.

bedragen x € 1.000

Investeringen met een maatschappelijk nut worden op grond van de verwachte levensduur afgeschreven.

Financiële vaste activa

Bij de financiële vaste activa wordt onderscheid gemaakt in kapitaalverstrekkingen, langlopende leningen en uitzettingen.
Bedragen x €1.000

Bedragen x €1.000

Toekomstbestendig Wonen Lening

Vanaf 2019 worden via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVN) ook leningen uitgegeven volgens de verordening “Toekomstbestendig Wonen Gelderland”. Daarin zijn alle elementen voor het aanpassen van bestaande woningen verenigd. Met de komst van deze nieuwe lening worden vooralsnog geen aanvragen meer verstrekt vanuit de bestaande regelingen te weten de duurzaamheidsleningen, starterslening en de blijverslening. De betreffende verordeningen blijven wel in stand vanwege de aflossingen die nog plaatsvinden op deze leningen. Deze aflossingen worden regelmatig overgeboekt naar de Toekomstbestendig Wonen Lening. In 2021 is voor € 275.000 aan leningen verstrekt uit deze regeling.

 

SVN Duurzaamheidslening 2010

Er wordt geen geld meer in deze regeling gestort en er worden ook geen leningen meer uit verstrekt. Alleen de afwikkeling van de bestaande leningen vindt nog binnen deze regeling plaats. Zie onder Toekomstbestendig Wonen Lening. Het resterende saldo op de rekening eind 2021 is € 19.000. Onder de overige langlopende leningen is de vordering van Aalten groot € 36.000 opgenomen met betrekking tot deze verstrekte duurzaamheidsleningen.

 

SVN Duurzaamheidslening 2016

Voor deze duurzaamheidslening geldt hetzelfde als het vorige item. Het resterende saldo eind 2021 is
€ 173.000. De vordering op deze leningen eind 2021 groot € 939.000 is opgenomen onder de overige langlopende leningen.

Voor deze regeling is tevens een buffer ingebouwd in verband met aanvragen voor PostCodeRoos leningen (financieringsmogelijkheid om gezamenlijk zonne-energie op te wekken zonder dat de zonnepanelen op het eigen dak hoeven te liggen). De Toekomstbestendig Wonen Lening kent deze mogelijkheid namelijk niet.

 

Starterslening

Ook voor de startersleningen geldt hetzelfde als voor de duurzaamheidsleningen. Het resterende saldo ultimo 2021 is € 1.000. Onder de overige langlopende leningen is de vordering op de startersleningen van
€ 52.000 opgenomen. Op deze uitgezette leningen loopt de gemeente geen risico aangezien deze onder de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) vallen.

 

Stimuleringsregeling duurzame maatregelen non-profit

Op 23 januari 2018 heeft de raad besloten om de in 2016 ingevoerde duurzaamheidslening voor woon-eigenaren uit te breiden en ook beschikbaar te stellen voor non-profit organisaties. Uitvoering hiervan vindt plaats binnen het krediet van € 2.000.000 dat beschikbaar is gesteld voor de duurzaamheidslening 2016. In 2021 zijn leningen verstrekt voor in totaal € 50.000. Het resterende saldo op de rekening ultimo 2021 is

€ 35.000. Onder de overige langlopende leningen is de vordering van Aalten groot € 219.000 opgenomen met betrekking tot deze verstrekte stimuleringsleningen.

 

 

Blijverslening

Blijversleningen worden ook niet meer verstrekt. Het saldo eind 2021 op de blijverslening is € 26.000. De vordering op bestaande blijversleningen betreft € 14.000 en is opgenomen onder de overige langlopende leningen.

 

Starterslening 2021

De prijzen van koopwoningen blijven stijgen waardoor het voor starters/jongeren moeilijk is om zich te vestigen of te blijven in de gemeente Aalten. Daarom heeft de raad in juli 2021 besloten om de starterslening nieuw leven in te blazen. Hiermee worden de kansen voor starters op de woningmarkt vergroot. De starterslening is een tweede hypotheek boven op de maximale hypotheek van de primaire geldverstrekker. De leningen worden via het SVN verstrekt. Het kapitaal wordt beschikbaar gesteld door de provincie en de gemeente, ieder 50%. Op basis van de voorwaarden is ingeschat dat de komende twee jaren een miljoen nodig is om 40 starters te kunnen helpen. De inbreng van de gemeente is € 496.000. Er zijn in 2021 nog geen startersleningen verstrekt.

bedragen x € 1.000

Niet-ondersteund afbeeldingstype.

 

In 2021 zijn diverse hypotheken volledig afgelost en is ook weer extra afgelost. De totale aflossing bedroeg bijna € 1,7 miljoen.

                                                                                                                                                                                 bedragen x € 1.000

Niet-ondersteund afbeeldingstype.     

Onder de overige uitzettingen zijn de gronden opgenomen die in erfpacht zijn uitgegeven (zie ook onder materiële vaste activa). De waardering is gebaseerd op de verkrijgingsprijs/vervaardigingsprijs of duurzaam lagere marktwaarde.

Vlottende activa

Voorraden

Voorraden

Tot de categorie onderhanden werk onder de voorraden vlottende activa vallen de bouwgronden in exploitatie (BIE). Het startpunt van een BIE is het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex en een grondexploitatiebegroting. Gezien het belang van een juiste waardering en inzicht in de ontwikkeling van de waarde van de BIE zijn de verslaggevingsregels aangescherpt. De waardering wordt met name bepaald door de prognoses van het eindresultaat van een grondexploitatie. Daarom is expliciet per grondexploitatie het verloop van deze activa opgenomen en toegelicht. In de volgende tabel zijn de BIE’s voor 2021 geactualiseerd en is het nieuwe geraamde eindresultaat zichtbaar.

 

 

bedragen x € 1.000

 

Geraamde nog te maken kosten

Deze kosten bestaan vooral uit woonrijp maken, rente en toezicht. Van alle kosten zijn onderbouwingen aanwezig, meestal gebaseerd op uitgebrachte offertes. Voor kosten vanaf 2023 is rekening gehouden met een prijsstijging van 2%. De toegerekende rente is aangepast aan de BBV voorschriften en ligt voor 2021 op 1,24%.

 

Geraamde nog te realiseren opbrengsten

Dit betreft louter kavelverkoop. Er zijn nog vier kavels beschikbaar. We verwachten die in 2022 te verkopen. Daarom is geen rekening gehouden met een verhoging van de kavelprijs.

 

Geraamd eindresultaat

Daar waar het geraamde eindresultaat een nadeel laat zien is een voorziening getroffen ter hoogte van dit nadeel. De mutaties op deze voorziening zijn via de exploitatie verwerkt in het rekeningresultaat. De hoogte van de voorziening voor de BIE’s op 31 december 2020 bedroeg € 496.000 en is met € 30.000 verhoogd tot € 526.000 per 31 december 2021. Deze verhoging heeft te maken met uitloop van projecten en een iets lagere opbrengst grondverkopen dan eerder geraamd.

In 2021 is voor een drietal complexen tussentijds winst genomen dan wel gecorrigeerd op basis van de POC-methode. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in bovenstaand eindresultaat. Het betreft Lintelo (per saldo € -11.000), Kern De Heurne (per saldo € -30.000) en ’t Warmelinck (per saldo € 16.000).

 

Onder de post gereed product en handelsgoederen is het pand Lage Blik 28-30-32 opgenomen. Deze aankoop maakte verplaatsing van de bibliotheek vanuit het centrum naar deze locatie mogelijk. Dit is in 2021 gerealiseerd. De bibliotheek is inmiddels verkocht. Boven de bibliotheek in ditzelfde pand bevinden zich een tweetal woningen. Het pand Hogestraat 10 is in dit kader in 2021 verkocht en volledig afgewikkeld.

Voor wat betreft het Hoge Veld zijn de laatste kavels in 2021 verkocht en kon het project worden afgesloten. De voorziening ter hoogte van € 718.000 is ingebracht. Er resteerde daarna een klein voordeel van € 1.700.

 

Onderstaande tabel geeft het totaal van de voorraden aan. Dit zijn de BIE’s plus de categorie gereed product en handelsgoederen.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De in de balans opgenomen uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden hierna verder gespecificeerd. Onder de vorderingen op openbare lichamen zijn de vorderingen op ministeries, provincies, gemeenten, waterschappen, gemeenschappelijke regelingen en dergelijke gerubriceerd.

Onder overige vorderingen zijn de handelsdebiteuren, belastingdebiteuren en debiteuren zorg en inkomen opgenomen. Op een uitzondering na zijn er geen noemenswaardige problemen bij de invordering van debiteuren. Voor een aantal debiteuren waarvan de invordering als dubieus wordt ingeschat, is een voorziening getroffen. De voorziening dubieuze debiteuren is in 2021 verhoogd met € 2.000 naar € 88.000. Voor algemene debiteuren betreft dit slechts een enkele vordering. De voorziening is op de balans in mindering gebracht op de overige vorderingen.

Liquide middelen

Schatkistbankieren
Vanaf 15 december 2013 is iedere decentrale overheid verplicht om de overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Met deze wet beoogt de wetgever een bijdrage te leveren aan de vereiste daling van de EMU-schuld voor de Nederlandse overheid door de overtollige liquiditeiten van decentrale overheden zoveel mogelijk te bundelen binnen de overheidssfeer. Er zijn enkele uitzonderingen. De belangrijkste is het drempelbedrag. De gemeente mag gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist houden. Voor Aalten is deze drempel voor 2021 in eerste instantie berekend op € 485.000 zijnde 0,75% van het begrotingstotaal. Vanaf 1 juli 2021 is de drempel van rechtswege verhoogd naar 2% ofwel     € 1.294.000. Er is in 2021 beperkt geld aangehouden in de schatkist. Uit de volgende grafiek blijkt dat we het drempelbedrag in 2021 niet hebben overschreden. 
 
 

Overlopende activa

Onder de overlopende activa vallen de van overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op een uitkering met een specifiek bestedingsdoel. Onderstaande tabel geeft het verloop van deze post weer.

Verder vallen onder de overlopende activa de vooruitbetaalde en overige nog te ontvangen bedragen.

Onder de vooruitbetaalde posten is onder meer de afvalinzameling over januari 2022 van de ROVA opgenomen ter grootte van € 116.000.

Onder de nog te ontvangen bedragen vallen met name de vorderingen op de belastingdienst op. De afwikkeling met het BTW-compensatiefonds beloopt ruim € 3,5 miljoen inclusief oude jaren. Daarnaast zijn hieronder diverse afrekeningen verantwoord zoals die met Nedvang € 80.000, het ledigen van de vuilcontainers van de burgers € 355.000 en met Laborijn over de BUIG gelden € 232.000. Verder moeten met Laborijn de Tozo gelden worden afgerekend over 2021. Er is door de gemeente nog bijna € 829.000 te ontvangen. Dit moet overigens ook weer worden terugbetaald aan het Rijk (overlopende passiva).

Met betrekking tot het faciliterend grondbeleid valt een enkel project onder de balanspost overige nog te ontvangen bedragen, namelijk Bekendijk-Zuid. De verwachting is dat dit project in 2022 wordt afgerond

Passiva

Vaste passiva

Conform de financiële verordening van de gemeente Aalten ex artikel 212 van de gemeentewet wordt minimaal eenmaal per vier jaar de nota reserves en voorzieningen geactualiseerd. De laatste geactualiseerde versie heeft de raad in zijn vergadering van 18 december 2018 vastgesteld. 

Eigen vermogen

Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de hierna genoemde reserves en het resultaat. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt naar de algemene reserve en bestemmingsreserves. De algemene reserve heeft een algemeen karakter en is vrij aanwendbaar. Deze reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers. De noodzakelijke hoogte van de algemene reserve wordt mede bepaald aan de hand van het weerstandsvermogen van de gemeente. Bestemmingsreserves zijn reserves waar de raad een specifieke bestemming aan heeft gegeven.

Algemene Reserve

Bestemmingsreserves

Toegerekende rente
Evenals voorgaande jaren wordt er geen rente meer toegevoegd aan de reserves. 

Reserve Onderhoud wegen
In 2021 is € 290.000 aan deze reserve toegevoegd. De kosten van het groot onderhoud aan de wegen ad 
€ 539.000 is in 2021 aan de reserve onttrokken. Het saldo van deze reserve is gerelateerd aan de onderhoudsplannen. 

Reserve Onderhoud gemeentelijke gebouwen 
In 2021 is € 180.000 aan deze reserve toegevoegd. Dit jaar is voor € 358.000 aan planmatig onderhoud uitgevoerd aan de gemeentelijke gebouwen. Het saldo van deze reserve is gerelateerd aan de onderhoudsplannen. 

Reserve Huisvesting onderwijs 
De hoogte van deze reserve is vanaf 2016 niet meer gekoppeld aan het integraal huisvestingsplan. Vanaf 2018 wordt de reserve weer jaarlijks gevoed, in 2021 is € 90.000 toegevoegd. Voor de verduurzaming van schoolgebouwen is € 239.000 en voor het opstellen van een nieuw integraal huisvestingsplan is € 6.000 aan de reserve onttrokken. 


Reserve Bodemsanering, toevoeging € 90.000
Deze reserve is bedoeld om kosten van saneringen te kunnen opvangen. Conform besluit in de Najaarsnota 2021 is het resterende bedrag van € 90.000 van het project van de voormalige stort (VOS Ringweg) aan deze reserve toegevoegd. Voor de saneringen aan de Admiraal de Ruyterstraat, de Halteweg 21, de Beggelderdijk en de Zomerweg is hier in 2021 € 80.000 aan onttrokken.

Saba Dinxperlo B.V. 
In 2018 is aan de Maatschap Dinxperlose Beleggingsmaatschappij en Raket Invest B.V. een subsidie toegekend in verband met de revitalisering van het deel van het industrieterrein te Dinxperlo waar thans Saba Dinxperlo B.V. is gevestigd (Industriestraat 3 c.a.). Onderdeel van deze revitalisering is de sanering van het terrein. In 2018 is besloten om als gemeente de saneringskosten te subsidiëren. 
De totale saneringskosten bedragen € 150.000. Deze kosten worden voor € 100.000 gedekt uit de Reserve Bodemsanering. Het restant komt – zoals destijds besloten – ten laste van het resultaat. De gemeentelijke inzet in dit project heeft bijgedragen aan het behoud van SABA Dinxperlo B.V. als Dinxperlose werkgever.

Reserve Formatie en organisatie
Deze reserve heeft het karakter van een schommelfonds. De normale mutaties op de personeelsbudgetten verlopen via deze reserve. Uit dit saldo moeten ook de toekomstige verplichtingen worden gedekt. In 2021 is een bedrag van € 182.000 aan deze reserve toegevoegd. 

Voorzieningen

De voorzieningen worden onderverdeeld in voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s en voorzieningen voor middelen van derden verkregen waarvan de bestemming gebonden is. 
Een specificatie hiervan is hieronder weergegeven.

Toelichting voorzieningen:

Voorziening APPA (pensioen wethouders)

De voorziening is gevormd om de verplichtingen voor de pensioenuitkeringen van de (oud)wethouders op te vangen. De hoogte is bepaald aan de hand van actuariële berekeningen. Deze worden elk jaar geactualiseerd op basis van de actueel geldende marktrente (0,528%) en de sterftetabellen.

 

Voorziening Wachtgeld wethouders

De voorziening is gevormd om de verplichtingen voor de wachtgelden van de wethouders op te vangen. De uitkeringsduur voor de wachtgelduitkeringen is minimaal zes maanden en maximaal drie jaar en twee maanden. Onder voorwaarden komen wethouders in aanmerking voor een verlengde uitkering tot aan de pensioenleeftijd.

 

Voorziening afval

Conform het BBV moet er een voorziening gevormd worden voor de middelen die van derden verkregen zijn en waarvan de bestemming gebonden is. De kosten van afval verlopen budgettair neutraal en het overschot of tekort wordt verrekend met deze voorziening. In 2021 is € 43.000 toegevoegd aan de voorziening in verband met een corona gerelateerde ontvangst voor afvalverwerking in de algemene uitkering. Daarnaast is

€ 107.000 aan de voorziening onttrokken.

 

Voorziening riolering

Conform het BBV moet er een voorziening gevormd worden voor de middelen die van derden verkregen zijn en waarvan de bestemming gebonden is. De kosten van riolering verlopen budgettair neutraal en het overschot of tekort wordt verrekend met deze voorziening. De voorziening wordt in 2021 met € 347.000 gevoed.

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

De vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer worden onderverdeeld in onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen en waarborgsommen. 

De rentelast over de vaste geldleningen voor 2021 bedroeg € 425.000.

Vlottende passiva

Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en de overlopende passiva. De onderverdeling en specificatie van deze posten is hieronder weergegeven.

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Onder de overige schulden zijn de openstaande posten van de crediteuren opgenomen.

Overlopende passiva

Onder de overlopende passiva zijn de verplichtingen opgenomen met betrekking tot afrekeningen over 2021 die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen. Enkele grotere posten zijn: Gemeente Winterswijk afrekening ZOOV (€ 177.000), Laborijn BTW-compensatiefonds (€ 307.000), uittreedvergoeding Stadsbank Oost Nederland (€ 375.000) en het nog terug te betalen deel van de Tozo regeling aan het Rijk (€ 829.000). Daarnaast is een verplichting van € 261.000 opgenomen voor CAO-ontwikkelingen die nog betrekking hebben op 2021. Ook zijn er verplichtingen opgenomen met betrekking tot betalingen aan diverse instanties ten aanzien van de Wmo en de Jeugdzorg voor bijna € 1,4 miljoen.

De post overige vooruit ontvangen bedragen bestaat voor een groot deel uit transitorische rente over de vaste geldleningen (€ 126.000). Voor het overige deel betreft dit nog projecten met betrekking tot het faciliterend grondbeleid. Het zijn er een tweetal waarvoor de gemeente nog kosten moet maken en waar al een bijdrage voor is ontvangen. Het gaat om plan Nieuwstraat/Molenhof en de Groene Kamer. De vooruit ontvangen bedragen met een specifieke bestemming zijn gelden die ontvangen zijn en voor een specifiek doel moeten worden aangewend. Onderstaande tabel geeft het verloop van deze post weer.