Paragraaf Lokale heffingen

Algemeen

De inkomsten van een gemeente komen uit diverse bronnen, waar de gemeentelijke belastingen en heffingen een relatief beperkt onderdeel van zijn. Deze inkomsten bestaan uit belastingen (OZB, hondenbelasting, toeristen- en forensenbelasting) en retributies of rechten (afvalstoffenheffing en rioolheffing). Gemeenten zijn in hoge mate zelfstandig in hun belastingheffing. Daarom vormt de belastingheffing een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. Hieronder volgt een overzicht van de lokale belastingen en heffingen. Een aanduiding van de lokale lastendruk is van belang voor de integrale afweging tussen beleid en inkomsten. Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid maakt het beeld van de lokale lasten compleet.

WOZ-beschikking

De WOZ-waarde van woningen en niet-woningen wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld, waarbij het peiljaar telkens een jaar opschuift. Voor 2021 geldt de waarde op 1 januari 2020. In het jaar 2021 zijn 13.433 WOZ-beschikkingen verstuurd en daartegen zijn 205 bezwaarschriften ingediend. Dit is circa 1,5% van het totaal. Het gemiddeld aantal bezwaarschriften in de jaren daarvoor bedroeg 115 stuks (0,85%). De toename wordt voor het grootste deel toegeschreven aan het toenemende aantal ‘no cure no pay’ bureaus die actief zijn. Het landelijk gemiddeld aantal bezwaarschriften bedraagt in 2021 2,7% (was 2,4% in 2020). 

Tarieven belastingen en heffingen

Vanaf 2020 is een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van lokale lasten inzichtelijker te maken en een gematigde lastenontwikkeling te borgen. De benchmark vergelijkt voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning. Dit geeft meer inzicht in de hoogte van de eigen lokale lasten ten opzichte van andere gemeenten, zodat hiermee bij de te maken keuzes rekening gehouden kan worden. 

De generieke opbrengstverhoging OZB 2021 bedraagt in Aalten +7,5%. Behoudens de toeristenbelasting (geen verhoging) zijn de overige tarieven voor leges en belastingen met 2,5% verhoogd. Voor de belastingen waarvoor 100% kostendekkendheid het uitgangspunt is, is de rioolheffing verhoogd met circa 1,5%. De tarieven voor de afvalstoffenheffing moesten vanwege hogere kosten voor het inzamelen en verbranden van afval fors verhoogd worden.

Belastingopbrengsten

Ten tijde van de vaststelling van de tarieven zijn vaak niet alle gegevens voorhanden. Daarom wordt bij de berekening van de tarieven een zo goed mogelijke inschatting gemaakt. Hierdoor kan in de praktijk de werkelijke opbrengst afwijken van de geraamde opbrengst. Deze zijn bij Voor- of Najaarsnota reeds bijgesteld. Ook bij de analyse van de budgetten is een verklaring van de verschillen tussen de geraamde en de werkelijke opbrengst gegeven. 

bedragen x € 1.000
Belastingsoort Geraamde opbrengst 2021 Werkelijke Werkelijke
opbrengst 2021 opbrengst 2020
Onroerende zaakbelasting, eigenaar 4.445 4.487 4.156
Onroerende zaakbelasting, gebruiker 628 634 588
Afvalstoffenheffing 1.431 1.451 1.164
Rioolheffing 1.923 2.051 2.000
Hondenbelasting 180 177 175
Toeristenbelasting 90 113 90
Forensenbelasting 106 107 109
Totaal 8.803 9.020 8.282

Lasten- en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven

De tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden en leges zijn zo vastgesteld dat de opbrengsten de kosten voor het verlenen van de diensten niet overschrijden. Hieronder staan de werkelijke bedragen ten opzichte van de bedragen uit de primitieve begroting 2021.  

bedragen x € 1.000
Primitieve begroting 2021 Jaarrekening 2021
Afvalstoffenheffing Bedrag Dekking Bedrag Dekking
Lasten afvalstoffenheffing 1.370 1.228
Overhead (inclusief btw) 366 330
Onttrekking voorziening -305 -107
Totale kosten 1.431 1.451
Opbrengst afvalstoffenheffing 1.431 1.451
Totale opbrengsten 1.431 1.451
Dekking 100% 100%
Primitieve begroting 2021 Jaarrekening 2021
Rioolheffing Bedrag Dekking Bedrag Dekking
Lasten riolering 1.219 1.288
Overhead (inclusief btw) 398 416
Toevoeging voorziening 306 347
Totale kosten 1.923 2.051
Opbrengst rioolheffing 1.923 2.051
Totale opbrengsten 1.923 2.051
Dekking 100% 100%
Lijkbezorgingsrechten Bedrag Dekking Bedrag Dekking
Lasten begraafplaats 417 257
Overhead 149 90
Totale kosten 566 347
Opbrengst lijkbezorgingsrechten (inclusief luidrechten) 270 262
Totale opbrengsten 270 262
Dekking 48% 76%
Marktgeld Bedrag Dekking Bedrag Dekking
Lasten markt 30 28
Overhead 10 12
Totale kosten 40 40
Opbrengst marktgeld 21 15
Totale opbrengsten 21 15
Dekking 53% 38%

Lasten-en batenoverzicht van de kostendekkende tarieven - 2

Leges zijn belastingen die de gemeente kan heffen voor het verstrekken van individuele diensten. Uitgangspunten bij het vaststellen van de legestarieven is maximaal 100% kostendekkendheid. Er mag (op begrotingsbasis) geen winst worden gemaakt. Hieronder vindt u de leges op basis van onze legesverordening. 

bedragen x € 1.000
Primitieve begroting 2021 Jaarrekening 2021
Hoofdstuk Onderwerp Toe te rekenen kosten* Overhead Totale lasten Baten Dekking Toe te rekenen kosten* Overhead Totale lasten Baten Dekking
Titel 1 Algemene dienstverlening
1 Burgerlijke stand 44 17 61 20 33% 40 17 57 24 42%
2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart 196 74 270 97 36% 204 74 278 127 46%
3 Rijbewijzen 147 50 197 140 71% 147 50 197 150 76%
4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen 6 3 9 4 44% 4 3 7 4 57%
5 t/m 17 Diversen 94 11 105 18 17% 69 11 80 17 21%
Subtotaal titel 1 487 155 642 279 43% 464 155 619 322 52%
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning
3 Omgevingsvergunning 352 121 473 419 89% 639 141 780 575 74%
7 Bestemmingsplannen 67 25 92 36 39% 77 25 102 46 45%
1,2,4,5,6,8 Diversen 0 0 0 0 0% 0 0 0 0 0%
Subtotaal titel 2 419 146 565 455 81% 716 166 882 621 70%
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
2 Organiseren evenementen of markten 103 52 155 13 8% 103 52 155 7 5%
5A Algemene verordening Ondergrondse infrastructuren 152 9 161 53 33% 80 9 89 127 143%
1,3,4,5,6 Diversen 0 0 0 0 0% 0 0 0 0%
Subtotaal titel 3 255 61 316 66 21% 183 61 244 134 55%
Eindtotaal 1.161 362 1.523 800 53% 1.363 382 1.745 1.077 62%

Woonlasten

Om een indruk te geven van de woonlastendruk in de gemeente Aalten is onderstaand overzicht opgenomen. In dit overzicht is uitgegaan van een woning met een gemiddelde WOZ-waarde en een één- en meerpersoonshuishouden, waarvoor OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing wordt betaald. 
Gemiddeld bedragen deze woonlasten in Gelderland € 808 (landelijk gemiddelde € 811).

De bruto woonlasten (meerpersoonshuishouden) zijn landelijk gestegen met 5,1%. In Aalten zijn deze met 7,9% gestegen. Dit is een ander percentage dan in de Paragraaf lokale heffingen in de begroting 2021 wordt genoemd. Dit komt omdat COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) in haar rapportage andere berekeningsgrondslagen hanteert. Zo gaat COELO uit van een standaard hoeveelheid aanbiedingen of ledigingen bij de afvalstoffenheffing, terwijl deze in werkelijkheid in de gemeente Aalten lager is

bedragen in euro’s
Bruto woonlasten eenpersoonshuis-houden Rang-nummer Bruto woonlasten meerpersoons-huishouden Rang-nummer
Aalten 474 1 618 3
Laagste in Nederland 474 1 598 1
Gemiddeld 737 811
Hoogste in Nederland 1.390 370 1.517 370
(bron COELO-atlas 2021)

Kwijtscheldingsbeleid

De gemeente Aalten hanteert een volledige kwijtschelding en voert daarmee dus een zo ruim mogelijk beleid. Kwijtschelding kan worden verleend indien men:
• AOW heeft, eventueel aangevuld met een klein pensioen;
• een bijstandsuitkering heeft;
• een inkomen uit werk heeft dat niet hoger is dan een bijstandsuitkering.

Kwijtschelding wordt verleend voor de volgende belastingen en heffingen: onroerende zaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing (vastrecht en een gemaximeerd aantal ledigingen of aanbiedingen), rioolheffing (gemaximeerde hoeveelheid per persoon per huishouden) en hondenbelasting (alleen de eerste hond). In het jaar 2021 is aan 145 belastingplichtigen ambtshalve kwijtschelding toegekend. Daarnaast zijn 163 verzoeken binnengekomen. Daarvan zijn er 78 afgewezen en is de rest geheel of gedeeltelijk toegekend. Het totaal kwijtgescholden bedrag bedraagt € 46.100. In 2020 was dit € 46.600.

Invordering

De invordering van de gemeentelijke belastingen vereist jaarlijks voor een beperkt deel van de belastingplichtigen veel aandacht en zorg. De (dwang)invordering van openstaande aanslagen bestaat uit de volgende stappen: herinnering - aanmaning - dwangbevel - loonvorderingen en/of beslaglegging. Het debiteurensaldo bedroeg op 31 december 2021 € 356.000 (2020 € 335.600) Dit is inclusief de op 31 december 2021 nog niet vervallen posten. Laten we deze buiten beschouwing dan is de achterstand in betaling een openstaand bedrag van € 185.000 (2020 € 175.600).

Na de laatste vervaldatum hebben wij eerst herinneringen verzonden. Daar hebben veel belastingplichtigen op gereageerd. Het aantal aanmaningen en dwangbevelen daarna was een stuk lager. Vanwege de corona-crisis en het faillissement van onze deurwaarder heeft er geen dwanginvordering (beslaglegging etcetera) plaatsgevonden. Hierdoor loopt het debiteurensaldo wel iets op. Inmiddels is er contact gelegd met een nieuwe deurwaarder en gaan wij de dwanginvordering weer oppakken.  

De openstaande vorderingen tot en met 2021 worden voor een deel bepaald door langlopende trajecten zoals faillissementen en schuldsaneringen in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De WSNP is bedoeld voor degenen die buiten hun schuld (‘te goeder trouw’) in een problematische schuldsituatie terecht zijn gekomen. De regeling duurt in beginsel drie jaar. Indien de rechtbank na verloop van die drie jaar oordeelt dat de schuldenaar zich aan zijn uit de regeling voortvloeiende verplichtingen heeft gehouden, wordt een zogenaamde ‘schone lei’ verstrekt. De schone lei betekent dat de schulden die bestonden op het moment dat de schuldsaneringsregeling is uitgesproken niet langer afdwingbaar zijn. Wordt de schone lei niet gegeven, dan blijven de schulden bestaan. 

Van het openstaande saldo per 31 december 2021 is circa € 45.000 dubieus. Dit was eind 2020 € 40.000. Voor de dubieuze debiteuren is een voorziening getroffen in de balans. In het jaar 2021 is voor € 16.000 (2020 € 3.000) aan vorderingen oninbaar verklaard.