Programma 2 Sociaal Domein

Programma 2 Sociaal Domein

Primitieve raming Raming na wijziging Werkelijk 2021 Werkelijk 2020
Baten
Bestuur -46 -46 -201 -46
Crisisbeheersing en brandweer -1 -142 -142 -1
Openbare orde en veiligheid -18 -15 -4 -27
Openbaar onderwijs 0 0 0 0
Onderwijshuisvesting -29 -32 -34 -35
Onderwijsbeleid en leerlingzaken -311 -466 -246 -289
Sportbeleid en activering 0 -44 -40 -20
Cultuurpresentatie, -productie en –participatie 0 0 -1 0
Musea -14 -13 -13 -14
Cultureel erfgoed -13 -65 -73 -102
Media 0 0 0 0
Samenkracht en burgerparticipatie -134 -89 -141 -93
Wijkteams 0 0 -22 0
Inkomensregelingen -4.664 -5.429 -5.397 -6.726
Begeleide participatie 0 0 0 -87
Arbeidsparticipatie 0 0 0 0
Maatwerkvoorzieningen (Wmo) -13 0 -1 -5
Maatwerkdienstverlening 18+ -258 -258 -258 -239
Maatwerkdienstverlening 18- 0 0 0 0
Geëscaleerde zorg 18+ 0 -171 -171 -195
Geëscaleerde zorg 18- 0 0 0 0
Volksgezondheid 0 -20 -20 0
Totaal baten -5.501 -6.790 -6.764 -7.879
Lasten
Bestuur 1.777 1.913 1.788 1.943
Crisisbeheersing en brandweer 1.928 1.925 1.902 1.859
Openbare orde en veiligheid 613 625 595 643
Openbaar onderwijs 10 10 10 10
Onderwijshuisvesting 840 1.148 1.102 955
Onderwijsbeleid en leerlingzaken 1.156 1.307 1.040 1.049
Sportbeleid en activering 203 196 160 205
Cultuurpresentatie, -productie en –participatie 282 245 255 333
Musea 318 320 312 309
Cultureel erfgoed 127 169 172 226
Media 504 511 511 488
Samenkracht en burgerparticipatie 2.717 3.124 2.983 2.787
Wijkteams 484 429 423 373
Inkomensregelingen 7.651 7.710 7.622 9.244
Begeleide participatie 8.513 9.079 9.277 9.465
Arbeidsparticipatie 619 451 451 571
Maatwerkvoorzieningen (Wmo) 1.023 808 661 940
Maatwerkdienstverlening 18+ 4.446 4.716 5.211 4.963
Maatwerkdienstverlening 18- 6.237 6.490 6.979 6.810
Geëscaleerde zorg 18+ 95 45 49 51
Geëscaleerde zorg 18- 692 602 676 622
Volksgezondheid 0 290 281 0
Totale lasten 40.235 42.113 42.460 43.846
Totaal saldo van baten en lasten 34.734 35.323 35.696 35.967

Analyse tussen de begroting na wijziging en de werkelijke baten en lasten

Het verschil tussen de raming na wijziging en werkelijk 2021 bedraagt per saldo € 373.000 nadelig.

Bestuur
De hogere baten (€ 155.000) en lagere lasten (€ 125.000) worden grotendeels veroorzaakt door de voorziening wachtgelden en pensioen wethouders. Door een gunstige ontwikkeling van de rekenrente en de sterfte-tabellen en beperkte mutaties bij de wachtgelden is hier per saldo sprake van een vrijval van € 123.000 in plaats van de geraamde toevoeging van € 146.000, voordeel € 269.000.

Crisisbeheersing en brandweer
Het schouwen en waar nodig herstellen van bluswatervoorzieningen is sinds 2020 als taak bij de lokale overheid neergelegd. Dat betekent dat prijzige (herstel)werkzaamheden nu door ons moeten worden verricht. Dit is eind 2021 nog niet uitgevoerd, maar staat wel op de planning voor 2022. Een deel van het in 2021 niet benutte budget van € 19.000 willen we hiervoor in 2022 gebruiken. Daarnaast zijn door corona minder trainingen en cursussen voor bewoners buitengebied en gemeentelijke crisismedewerkers gegeven. 

Openbare orde en veiligheid
Door enkele uitspraken van rechters in handhavingszaken zijn diverse verbeurde dwangsommen terugbetaald, waardoor € 15.000 minder is binnengekomen dan begroot. 

De kosten voor de aanpak drugsproblematiek (plaatsen van borden) zijn een stuk lager uitgevallen dan was begroot. Het restant budget van € 11.000 schuiven we via de voorjaarsnota door naar 2022. Hiermee geven we een bureau opdracht om kaders op te stellen voor de functie van jeugdpreventiemedewerker, welke is ontstaan uit het project 'drugsaanpak gemeente Aalten'.
Ook de kosten voor buurtbemiddeling zijn in 2021 lager uitgevallen. Door corona konden veel acties in 2020 en 2021 niet doorgaan. De subsidie over 2020 bleek toereikend voor beide jaren, waardoor in 2021 geen nieuwe bijdrage heeft plaatsgevonden.

Openbaar onderwijs
Geen bijzonderheden.

Onderwijshuisvesting
De verwachting was dat een aanvraag en besluitvorming in 2021 zou plaatsvinden. Dit laat echter nog op zich wachten. Het budget van € 35.000 en de dekking uit de reserve huisvesting onderwijs worden doorgeschoven naar 2022.

Onderwijsbeleid en leerlingzaken
Het onderwijsachterstandenbeleid is een geoormerkte regeling die loopt van 2019 tot en met 2022. Sinds de nieuwe regeling krijgen we extra budget. Hoewel er extra uren vve en nieuwe activiteiten zijn ingezet die onderwijsachterstanden voor kinderen tussen de 2 en 6 jaar moeten tegengaan, hebben we op dit moment nog € 220.000 over van de gelden uit 2019 tot en met 2021. Het overschot nemen we mee naar 2022. Dit verklaart per saldo de onderschrijding aan zowel de baten- als de lastenkant.
Door corona heeft het leerlingenvervoer en het vervoer van leerlingen naar de gymlokalen een aantal maanden stilgelegen, waardoor we € 32.000 regulier budget hebben overhouden. Daarnaast is wel € 30.000 aan coronagelden betaald voor het leerlingenvervoer. 

Sportbeleid en activering
De bijdrage vanuit het rijk in verband met het sportakkoord is verdubbeld naar € 40.000. De stuurgroep en projectgroepen sportakkoord zijn druk bezig met het ontwikkelen en uitwerken van de plannen hiervoor, maar mede door corona hebben zij dit in 2021 nog niet kunnen realiseren. De regeling biedt de mogelijkheid om de middelen uiterlijk in 2022 te besteden. Daarom wordt het restant budget overgeheveld naar 2022.

Cultuurpresentatie, -productie en -participatie
Het ministerie heeft coronagelden beschikbaar gesteld om de lokale culturele infrastructuur te borgen. Bij de Najaarsnota hebben we dit gebudgetteerd op basis van de toen ingediende aanvragen. Daarna is nog voor 
€ 20.000 aan subsidies toegekend, die wel uit de coronagelden gedekt worden, maar op dit taakveld een overschrijding veroorzaken. 

Musea
Per saldo is de onderschrijding € 8.000 wat uit meerdere kleine posten bestaat. 

Cultureel erfgoed
Per saldo is de onderschrijding € 5.000 wat uit meerdere kleine posten bestaat. 

Media
Geen bijzonderheden.

Samenkracht en burgerparticipatie
Wij hebben op dit taakveld de door het rijk beschikbaar gestelde gelden ad € 13.000 geraamd voor hulp aan gedupeerden van de toeslagenproblematiek. Maar deze horen op het taakveld Wijkteams thuis, daar zijn dan ook de werkelijke baten en lasten verantwoord.
Voor het Preventie Platform Jeugd (PPJ) zijn wij penvoerder. De door ons gemaakte kosten ad € 73.000 zijn evenredig doorberekend over de vier deelnemende gemeenten (Berkelland, Oost Gelre, Winterswijk en Aalten). Het budget hiervoor is echter zowel aan de lasten- als aan de batenkant voor nul opgenomen.
Op 1 januari 2022 geldt de nieuwe Wet Inburgering 2021 die Laborijn voor ons gaat uitvoeren. Vooruitlopend op deze uitvoering heeft Laborijn al invoeringskosten moeten maken. Door de lange doorlooptijd (de ingangsdatum is tussentijds met een half jaar uitgesteld) en problemen in de informatievoorziening zijn deze kosten € 27.000 hoger uitgevallen dan zij eind 2020 hadden voorzien. Een groot deel hiervan (€ 17.000) wordt gedekt door extra rijksgelden die via de decembercirculaire beschikbaar zijn gesteld. 
Stichting VIT-hulp bij mantelzorg is per 1 oktober 2021 in liquidatie. Bij de Najaarsnota waren nog niet alle afrekeningen bekend en hebben we een inschatting moeten maken. De kosten voor de mantelzorgwaarde-ring vielen ruim € 10.000 lager uit en ook de door ons aangehouden buffer van € 10.000 bleek niet nodig. Daarnaast is eind februari de akte van non-verzet ontvangen, waarmee de stichting formeel ophoudt te bestaan. Uit de laatste rekening en verantwoording blijkt ook nog een batig saldo dat is uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten. Ons aandeel hierin is € 22.000. Dit alles samen leidt tot een overschot van bijna 
€ 43.000.
In juni 2021 is een nieuw algemeen beleidskader voor gemeenschapshuizen door de gemeenteraad vastgesteld. Dit nieuwe kader moet in nieuwe specifieke subsidiebeleidsregels worden verwerkt. In 2021 is met de voorbereiding van een advies over deze nieuwe regels aan het college gestart, maar dit heeft nog niet tot definitieve besluitvorming geleidt. Daarom hebben we nog geen beroep kunnen/hoeven doen op dit door de raad beschikbaar gestelde subsidiebudget van € 20.000.
In 2015 is € 275.000 beschikbaar gesteld voor het Naoberfonds vanuit de reserve decentralisaties. Uit dit fonds worden initiatieven ondersteund die de leefbaarheid ten goede komen en problematiek voorkomen. Voor 2021 en volgende jaren was hiervoor nog € 107.000 beschikbaar. In 2021 is voor € 10.000 aan subsidies verstrekt, het restant saldo van € 97.000 gaat over naar 2022.
De bij de Najaarsnota nog gereserveerde middelen voor de POH ter hoogte van € 16.000 waren niet nodig. 
Verder konden door corona evenals in 2020 een aantal activiteiten niet of onvoldoende doorgaan. Denk hierbij aan de verplichte jaarlijkse inspecties bij de kinderopvang (voordeel € 14.000), inloopvoorzieningen voor ouderen (voordeel € 16.000) en is de extra ruimte om nieuwe activiteiten te ontplooien niet gebruikt 
(€ 20.000).

Wijkteams
De door het rijk beschikbaar gestelde gelden voor hulp aan gedupeerden van de toeslagenproblematiek hebben wij op het verkeerde taakveld begroot, maar horen hier thuis. De raming bedroeg € 13.000, daadwerkelijk hebben we € 22.000 ontvangen.
Aan de lastenkant hebben we een kleine onderschrijding, omdat er nog geen afrekening van het regionale MEE budget heeft plaatsgevonden.

Inkomensregelingen
In verband met corona heeft het rijk de tijdelijke overbruggingsuitkering zelfstandige ondernemers (Tozo) in het leven geroepen. Deze regeling is gebaseerd op de Bbz en is door Laborijn uitgevoerd. De van het rijk hiervoor ontvangen gelden hebben we één op één doorbetaald aan Laborijn. Bij de jaarafsluiting zijn de definitieve cijfers bekend geworden en bleek dat we teveel voorschot hebben ontvangen en doorbetaald. Hoewel het resultaat voor ons nihil is, veroorzaakt dit wel een onderschrijding aan zowel de baten- als lastenkant van € 32.000.
Bij de budgetten op het gebied van armoedebeleid zien we dat de uitgaven op het gebied van de bijzondere bijstand hoger en de bijdragen op het gebied van de armoederegelingen lager liggen dan verwacht. Vermoedelijk speelt corona hierin een rol. Mensen zijn meer thuis en hebben meerdere ziekteklachten, wat weer leidt tot hogere kosten. Aan de andere kant werd er door corona minder deelgenomen aan maatschappelijke activiteiten en sport en waren de scholen periodes dicht. Wat weer leidt tot minder kosten op het gebied van participatie. Verder zien we dat de taakstelling en daarmee de huisvesting van statushouders in 2021, in vergelijking met het gemiddelde aantal, hoger is. Statushouders ontvangen vanuit de bijzondere bijstand inrichtingskosten. Per saldo heeft dit geleid tot een overschot van € 47.000.


Begeleide participatie
Voor het opvangen van exploitatietekorten van de sociale werkbedrijven heeft het rijk in de decembercirculaire € 45 miljoen beschikbaar gesteld. Ons aandeel hierin is € 158.000 en dit bedrag hebben we conform de afspraken één op één overgemaakt aan Laborijn. 
Verder is in totaal voor Wmo begeleiding € 40.000 meer uitgegeven dan begroot. Dit wordt veroorzaakt doordat meer inwoners een beroep doen op deze vorm van hulp-op-maat. Onze inwoners ervaren problemen door de coronamaatregelen, zoals problemen met het structureren van de dag (door wegvallen activiteiten) en het opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk. Het afbouwen van deze vorm van begeleiding heeft hierdoor ook maar beperkt plaatsgevonden.

Arbeidsparticipatie
Geen bijzonderheden.

Maatwerkvoorzieningen (Wmo)
Per saldo wordt er ten opzichte van de begroting € 147.000 minder uitgegeven in 2021. Dat komt onder andere doordat niet alle verwachte grote woningaanpassingen in 2021 zijn uitgevoerd (voordeel € 68.000). Het onderhoud van hulpmiddelen en rolstoelen in eigen beheer stimuleert het hergebruik van hulpmiddelen. Daarnaast zorgt een andere manier van indiceren en maatregelen uit het transformatieplan ervoor dat minder hulpmiddelen zijn verstrekt (voordeel € 72.000). Dit jaar zijn weinig nieuwe complexe rolstoelen verstrekt. De uitgaven hiervoor verschillen sterk, doordat de inkoopprijs van een complexe rolstoel hoog is en het aantal verstrekte rolstoelen per jaar verschilt (voordeel € 21.000). Dit heeft er wel toe geleid dat het budget voor gebruiksklaar maken, onderhoud en reparaties is overschreden met € 14.000. Per saldo zijn de kosten gedaald.

Maatwerkdienstverlening 18+
De betaalde facturen voor huishoudelijke hulp komen ongeveer € 120.000 hoger uit dan begroot. De aanzuigende werking heeft ook in 2021 invloed gehad op het aantal aanvragen en de verdere vergrijzing zet door. Daarnaast is op dit onderdeel de afgesproken afkoopsom ter hoogte van € 375.000 geboekt die nog betaald moet worden vanwege de uittreding uit de gemeenschappelijke regeling Stadsbank Oost Nederland. De hoogte van deze afkoopsom is begin 2022 overeengekomen. 

Maatwerkdienstverlening 18-
De gemaakte kosten voor jeugdzorg vertonen op het eind van het jaar een overschrijding van € 489.000. Wat hierbij opvalt is dat de kosten in de laatste maanden van 2021 behoorlijk zijn toegenomen. Op basis van data die ten tijde van de Najaarsnota voorhanden was, was deze grote stijging niet meer verwacht. De reden is onder meer dat het aantal kinderen dat jeugdhulp door groepsbehandeling ontvangt tot en met oktober vorig jaar daalde en daarna juist weer steeg. Wordt ingezoomd dan verklaren de overschrijdingen bij jeugdhulp met verblijfskosten € 184.000, jeugd GGZ € 201.000, crisiszorg € 74.000 (meer kinderen uit huis geplaatst) en dagbehandeling met € 30.000 dit tekort. Gedeeltelijk zijn deze, soms al langer lopende trajecten, te laat bij ons bekend geworden. Ook zijn een paar trajecten in onze administratie niet tijdig verwerkt. Helaas gaat het in deze gevallen om forse bedragen en dan loopt het tekort opeens hard op. 
Er wordt hard gewerkt aan de data om dit soort tegenvallers te voorkomen. 

Geëscaleerde zorg 18+
Geen bijzonderheden.

Geëscaleerde zorg 18-
Op dit onderdeel vielen de kosten jeugdbescherming de laatste maanden tegen. Op de onderdelen ondertoezichtstelling (OTS) en voogdij werd een groter beroep gedaan op de inzet van deze instrumenten dan verwacht. Al met al vielen de kosten daardoor € 74.000 hoger uit dan geraamd. 

Volksgezondheid
Geen bijzonderheden.